| Stefan Kuhlmann: `Contact met de praktijk is van wezenlijk belang, maar er moet ook ruimte zijn voor reflectie'. Foto: Gijs van Ouwerkerk |
De Duitser Stefan Kuhlmann volgde een jaar geleden Arie Rip op als leerstoelhouder. De goede reputatie van de leerstoel trok hem aan, maar ook het Nederlandse universitaire systeem. `Meer dan in Duitsland zijn de universiteiten hier klaar om de spil te zijn van een ware kennissamenleving,' meent de nieuwe hoogleraar. `Sowieso wilde ik graag weer werken in een puur academische omgeving. Op een universiteit is er toch meer gelegenheid voor reflectie, les geven en boeken schrijven.' Kuhlmann was achttien jaar werkzaam bij het Fraunhofer Institut für System- und Innnovationsforschung (ISI) in Karlsruhe. Het ISI doet voornamelijk contractonderzoek, in opdracht van bedrijven of overheden. Na een opleiding politicologie en geschiedenis en bijna tien jaar als onderzoeker aan de Universiteit van Kassel, was Kuhlmann bij het ISI achtereenvolgens onderzoeker, afdelingshoofd, vice-directeur en directeur. `Ik was van plan er vijf jaar te blijven, maar dat pakte anders uit,' zegt hij verontschuldigend.
Niettemin keek Kuhlmann over de grenzen van zijn instituut. Hij was sinds 2001 deeltijdhoogleraar Analyse van Innovatiebeleid bij het Copernicus Instituut van de Universiteit van Utrecht en gaf les in Kassel, Lausanne, Tokio en Twente. Ook zit hij in verschillende nationale en Europese evaluatiecommissies en expertgroepen op het gebied van beleid voor onderzoek en innovatie. Mede vanwege zijn internationale netwerk, werd Kuhlmann ruim een jaar geleden benoemd als opvolger van Arie Rip. `Onder hem is deze leerstoel uitgegroeid tot een vooraanstaande internationale onderzoeksgroep. Met mijn netwerk hoop ik die internationale positie te bestendigen. Daarnaast zal ik specifieke kennis over innovatiebeleid inbrengen die bijdraagt aan het toch al hoge niveau van het beleidsonderzoek in Twente,' aldus Kuhlmann.
Deze week aanvaardt Kuhlmann officieel zijn hoogleraarsambt met een oratie getiteld `Governance of Innovation: Practice, Theory and Policy as Dancing Partners'. Daarin betoogde hij dat technologische ontwikkelingen en innovatie niet zonder gedegen sociaal-wetenschappelijk onderzoek kunnen. `De ontwikkelingen zijn zo complex dat dit soort onderzoek nodig is om alle implicaties te begrijpen en de juiste beslissingen te kunnen nemen over welke richting de wetenschap uit moet,' zegt Kuhlmann. `De Universiteit Twente is al jaren een sterke speler in het sociaal-wetenschappelijk onderzoek. Ik ben trots dat ik die lijn mag voortzetten.'
De titel van zijn oratie verwijst naar de sterke interactie die volgens Kuhlmann nodig is tussen theorie, praktijk en beleid op het gebied van wetenschap, techniek en innovatie. `Contact met de praktijk is van wezenlijk belang, maar er moet ook reflectie zijn,' meent hij. `Als in een dans, waarbij theorie, praktijk en beleid elk apart, maar ook gezamenlijk in beweging zijn, steeds met elkaar in aanraking komen, elkaar soms volgen en dan weer wat afstand nemen.'