Wetenschappers krijgen in de toekomst wellicht geen contract meer met het aantal uren dat ze moeten maken, maar met de targets die ze moeten halen. Hoe ze hun tijd indelen kunnen ze dan in hoge mate zelf bepalen. Als hun doelen maar worden bereikt.
Dat is één van de punten waar de Nederlandse universiteiten op inzetten bij de CAO-onderhandelingen die deze week zijn begonnen. Omdat wetenschap volgens de universiteiten geen `negen-tot-vijfbedrijf' is, willen de instellingen experimenteren met contracten die gebaseerd zijn op de functie-inhoud in plaats van op vastgelegde werktijden.
De economie is gunstiger dan tijdens de vorige CAO-onderhandelingen en daarom zijn de universiteiten bereid om afspraken te maken over salarisverhogingen boven het inflatieniveau. Dergelijke afspraken zijn ook al gemaakt in vergelijkbare CAO's als die van het Rijk en de HBO-instellingen. In ruil voor een hoger loon zullen werknemers wel een paar verlofdagen moeten gaan missen. Via die weg willen de universiteiten namelijk extra geld vrijmaken.
Dat geld is onder andere nodig om de positie van jonge wetenschappers te verbeteren. De universiteiten zijn van mening dat er in de huidige CAO te weinig aandacht is voor jonge werknemers. Universiteiten leiden steeds meer promovendi op, maar na hun promotie krijgen de meeste onderzoekers geen vast dienstverband. De universiteiten willen de mogelijkheden hiervoor uitbreiden. Dat kan door extra banen te creëren voor promovendi en postdocs en een betere doorstroming naar vaste aanstellingen. Bovendien moet er meer aandacht komen voor zogenaamde tenure tracks om zo jonge toptalenten voor de universiteiten te behouden. Bij tenure tracks doorlopen onderzoekers een loopbaantraject waarbij ze de zekerheid wordt geboden dat wanneer ze goed blijven presteren, ze kunnen doorgroeien naar een functie als universitair hoofddocent of hoogleraar.