| Terlouw: `ELAN is toch wel een beetje mijn kindje.' (Foto: Arjan Reef) |
Decaan Gedragswetenschappen Hubert Coonen meldde vorige week in deze krant dat ELAN bezig is met een interne vernieuwing. Hoe zit het precies?
`Vernieuwing is een groot woord, hoor. We breiden flink uit. We gaan van 12 fte naar het dubbele. Drie jaar geleden heb ik al een vergelijkbaar plan bij het CvB ingediend omdat we binnen ELAN voor een grote uitdagingen staan. We moeten onderzoek en onderwijs beter combineren. Dat is een spanningsveld. Lerarenopleiders zijn vrij pragmatisch ingesteld, gericht op de onderwijspraktijk. Dat is moeilijk te rijmen met wetenschappelijk onderzoek waar allerlei internationale criteria gelden. Die afstemming moet beter. Het startkapitaal van het instituut, dat sinds 2001 operationeel is, was na drie jaar draaien op. Om fatsoenlijk te kunnen doorgaan was dus meer geld nodig. Daar heb ik met mijn medewerkers echt hard voor moeten knokken! Nu, drie jaar later, is er eindelijk over beslist. Ja, dat heeft zeker lang geduurd. '
De plannen zijn goedgekeurd, het geld is binnen en dan gaat u weg. Hoe zit dat?
`Ik weet al geruime tijd dat er voor mijn post een hoogleraar-directeur gezocht wordt. Ik kwam daar niet voor in aanmerking, dus maak je een afweging. Ik kon wel een nieuwe positie krijgen binnen het instituut, maar zo zit ik niet in elkaar. Dan ga ik mensen in de weg zitten, want ik heb toch een wat andere visie. Dat geeft alleen maar wrijving. Daarom is het beter dat ik vertrek.'
U was dus vanaf de oprichting bij ELAN betrokken?
`Ja, het toenmalige college van bestuur vroeg mij in 2000 een advies te schrijven over het nijpende lerarentekort en wat de UT daaraan kon doen met behulp van de al bestaande lerarenopleiding. Dat was overigens niets nieuws hoor: dat tekort speelt al jaren. Maar goed, ik bedacht niet alleen een voorstel voor een nieuwe opzet van de lerarenopleiding maar koppelde er ook andere, aanverwante problemen aan vast: de aansluiting met het vwo, een stukje expertiseontwikkeling van het voortgezet onderwijs en de nascholing van zittende docenten. Later was ik ook als directeur bij de uitvoering betrokken. Dat was vanaf 2001.'
Afgelopen zondag zond ZEMBLA de documentaire uit ` waar is de leraar?' over het lerarentekort. Het ging over de dagelijkse praktijk van de leraren op twee scholen. De conclusie was dat ze vaak niet toekomen aan datgene waar ze voor zijn opgeleid: lesgeven. Hoe is uw ervaring?
`Ik heb de uitzending gezien en herken het probleem. Zelf ben ik voorzitter van het bestuur van de Waardenborch, een vo-school in Holten en ik moet zeggen dat het bij ons nog wel meevalt qua extra taken. Tijdens de documentaire moest ik wel aan twee nieuwe termen in dit verband denken: de `dola' en `dora' oftewel de docent-op-loopafstand of de docent-op-roepafstand. Ik ben hier absoluut op tegen! De leraar hoort voor of in de klas. Je kunt kinderen niet aan hun lot overlaten. Als docent zorg je voor een goede onderwijsomgeving: je bedenkt opdrachten, ziet toe en geeft feedback. Een `dola' of `dora' zorgt voor een volstrekt slechte kwaliteit van het onderwijs! Dan gaat het zeker mis in de klas. Kijk, de orerende docent zoals in mijn tijd - ik gaf zelf aardrijkskunde aan de onderbouw - is ook niet meer van nu. Het gaat erom dat je een subtiel onderwijsarrangement hanteert met allerlei soorten van werkvormen. De rol van de docent is daarin cruciaal.'
In een eerder interview in deze krant (5 oktober 2006) zei u dat meer taken juist bijdragen aan een beter imago van het lerarenvak. In de uitzending van ZEMBLA werd dat juist bestreden.
`Dat blijft altijd een dilemma. Diversiteit maakt een baan leuker. Het vak is vrij klassiek, haast ambachtelijk. Iets meer afwisseling mag wel. Maar hoe? Daar ligt nog een enorme taak binnen het onderwijs. Methodes om de potentie van een docent aan te scherpen zijn er nauwelijks. Het loopbaanbeleid is dus nogal rudimentair.'
`Het huidige takenbeleid loopt wel eens uit de hand, dat klopt. Kopietjes maken en roosters bedenken is zonde van zijn tijd. Zijn opvoedkundige taak is veel belangrijker.'
Net voor Prinsjesdag ontving minister Plasterk het advies van de commissie-Rinnooy Kan over de bestrijding van het lerarentekort. Deze club stelt een verbetering van het lerarensalaris voor. Is dat volgens u ook dé oplossing?
`Zo'n nota was er tien jaar geleden ook al. Met een simpele rekensom weet je dat er over zoveel jaar zoveel leraren met pensioen gaan. Dat tekort is niets nieuws. Een beter salaris is zeker noodzakelijk, want dat loopt echt achter op andere beroepen, maar het is niet voldoende. Ook de status van de docent moet opnieuw gedefinieerd worden in de huidige kenniseconomie. Het ontzag voor de docent is sinds de jaren zestig afgenomen. Dat is prima zolang er maar respect blijft voor elkaar. Helaas is dat in de klas soms ver te zoeken en dat kan absoluut niet!'
Hoe zou u de status van de leraar omschrijven?
`Onmisbaar voor en in de klas en een rolmodel voor leerlingen. Vroeger stonden hoogleraren ook voor de klas op de middelbare scholen. Die tijd is niet meer. Toch moeten wij als lerarenopleiding laten zien dat je als toekomstige leraar midden in de moeilijke maatschappelijke problematiek komt te staan. We moeten voortdurend ons best doen om het belang van het vak in de kenniseconomie aan te tonen!'
Dragen de plannen van Hubert Coonen om een Dutch Teacher College op te richten hieraan bij?
`Ik erken het probleem dat docenten nog beter moeten worden in hun vak dan dat ze nu zijn. Maar dat Coonen voor ELAN een terughoudende rol in gedachten heeft snap ik niet. Ik zou zeggen: `Hubert, grijp je kans! In dit instituut zit de kennis voor in ieder geval de bètavakken en een aantal gammavakken. Bovendien hebben we in 3-TU-verband opgerichte masteropleidingen in Enschede, Delft en Eindhoven. Wat let je!' Een leraar zit echt niet te wachten op een algemene cursus onderwijskunde of innovatie. Zij willen beter worden in hun vak, dus heb je vakdidactici nodig en die zitten hier en in Delft en Eindhoven!'
Dus u voelt zich met ELAN gepasseerd?
`Nou, als ik nog directeur was, zou ik dit niet accepteren en was het laatste woord er nog niet over gesproken. Bovendien begrijp ik niet hoe men in 2008 denkt te beginnen. Er is bij mijn weten geen geaccrediteerd master-programma beschikbaar.'
`In 3 TU-verband hebben we een bijna geaccrediteerde Master of Science Education & Communication - dat gaat zeker goed - en die van Social Science Education is nu aangemeld voor accreditatie. Dat zal ook wel goed gaan. Waarom maakt Coonen - uiteraard in samenwerking met andere afdelingen van de faculteit Gedragswetenschappen- daar geen gebruik van? En we hebben hier ook al de Twente School of Education die onder meer bestaande en toekomstige professionalisering op onderwijsgebied in de regio bundelt. Ook daar is een speciale master ter accreditatie voor ontwikkelt. Hoe verhoudt dit alles zich tot het Dutch Teacher College? Is het niet beter stapsgewijs te werken en op regionaal niveau te beginnen om van daaruit landelijk uit te bouwen? Alle ingrediënten zijn in deze regio beschikbaar. Hoe goed ook bedoeld, ik ben bang dat het idee vastloopt op bureaucratisch gedoe, want een dergelijk `grootse aanpak' vraagt nogal wat organisatie en logistiek. Persoonlijk zou ik dus stap voor stap en eerst regionaal beginnen. Dat sluit ook uitstekend aan op het vernieuwde ELAN.'
Is dat verschil in visie ook reden voor uw vertrek?
`Het speelt mee. Ik wist natuurlijk wel dat er een ander op mijn plek zou komen en dan kijk je wat beter om je heen. Tragisch is het niet, daar ben ik te oud voor. Enerzijds vind ik het goed dat een ander mij opvolgt; anderzijds knaagt het ook. ELAN is toch wel een beetje mijn kindje.'
Moeilijk loslaten dus?
`Dat weet ik nog niet. Dat mag je me over drie maanden vragen.'
Meer dan drie decennia
In 1976 begon Cees Terlouw, na de kweekschool en een studie onderwijskunde in Groningen, op de UT als onderwijskundige bij de net opgerichte faculteit Bestuurskunde. Vanaf 1985 was hij ook werkzaam als onderzoeker bij UT-onderzoeksinstituut CHEPS. In 1987 promoveerde de ELAN-directeur op een onderwijskundig/ bestuurskundig proefschrift en kwam hij terecht bij het toenmalige Onderwijskundig Centrum. In 2001 maakte Terlouw de overstap naar ELAN.
Per 1 oktober 2007 is Terlouw benoemd als lector bij Saxion Hogescholen en gaat hij onderzoek doen naar aansluiting- en instroommanagement van het hbo (havo-hbo en mbo-hbo). Ook wordt hij directeur van het LICA, het landelijk informatiecentrum aansluiting van het hbo. Het afscheidssymposium van Cees Terlouw is woensdag 26 september in het Amphitheater.