De universiteitsraad is het inhoudelijk eens met de nota, maar plaatste al eerder kanttekeningen bij elementen als `integraal beleid', `medezeggenschap' en `financiële sturing'. Bovendien wil de raad dat de onderlinge afspraken die decanen en wetenschappelijk directeuren maken ten aanzien van strategische keuzes en bekostiging van leerstoelen, worden vastgelegd in een openbaar document. Zodat de faculteitsraden (of instituutsraden) daarmee kunnen instemmen. Bij geen overeenstemming tussen wetenschappelijk directeur en decaan, kan het college dan in overleg met de U-raad een bindend advies geven. In de herziene nota zijn de openbaarheid van afspraken tussen decanen en directeuren, de medezeggenschap en opwaardering van instituutsraden inderdaad opgenomen, maar is de financiële paragraaf geschrapt. In juni trok het CvB het financiële verdeelmodel terug uit de ontwerpnota Kaderstelling Jaarplan en Begroting 2008. De universiteitsraad vindt echter dat het verdeelmodel niet los kan worden gezien van de plannen in de onderzoeknota. Daarom kwam hij gistermorgen met een nieuw voorstel, namelijk `instemmen met de nota onderzoeksbeleid' mits de `strategische keuzen van parameters en compartimenten in het te wijzigen verdeelmodel ter instemming aan de UR worden voorgelegd'.
Flierman liet direct weten dit niet acceptabel te vinden, waarna U-raad voorzitter Dick Meijer met een compromis op de proppen kwam. De UR was bereid in te stemmen met de nota, als het college de raad eenmalig instemmingsrecht op het verdeelmodel zou verlenen, waarna de geschillencommissie zich erover zou kunnen buigen. Collegeleden Henk Zijm en Anne Flierman (Kees van Ast was niet aanwezig) zeiden geen compromis te willen sluiten. Meijer probeerde het leed nog enigszins te beperken door te benadrukken dat de universiteitsraad niet via een slinkse weg invloed probeert uit te oefenen op het verdeelmodel. Ook vanuit de Campus Coalitie probeerde Luis Ferreira Pires duidelijk te maken dat de raad `gewoon consequent wil zijn in zijn visie hoe een nota eruit behoort te zien'. En daar horen financiële paragrafen bij. Hoe zou de nota anders over vijf jaar getoetst kunnen worden?
Flierman bleef onvermurwbaar. `Er zijn afspraken gemaakt over het geschil ten aanzien van het verdeelmodel. En de universiteitsraad is in staat om uitkomsten van dit model te toetsen, maar niet gekoppeld aan de nota onderzoek.' Waarop hij de raad beschuldigde van `chantage'. Het verloop van de discussie zei hij `zeer te betreuren'. Daarop schorste de voorzitter de vergadering, zodat de fracties met elkaar in beraad konden.
Na afloop van de schorsing gaf studentenpartij UReka aan het wenselijk, maar niet noodzakelijk, te vinden dat er inzicht komt in het financiële plaatje van de onderzoeksnota. De Campus Coalitie wenste nog niet over een nacht ijs gaan. `CC vindt het financiële onderdeel van wezenlijk belang. Wij zijn voornemens niet in te stemmen. Als fractie willen we intern eerst onze standpunten en overwegingen zorgvuldig bespreken en op papier zetten.'
En opnieuw werd daarmee een besluit over de onderzoeksnota doorgeschoven. Zolang er geen overeenstemming is, zal het college de nota niet in gang kunnen zetten. Volgende maand staat het onderwerp opnieuw op de agenda van de universiteitsraad.