Scholieren met een onvoldoende voor hun centraal schriftelijk examen Nederlands, Engels of wiskunde zouden geen diploma moeten krijgen, hoe goed ze hun schoolonderzoek ook hebben gemaakt.
Dat is één van de aanbevelingen die de Onderwijsraad vandaag doet om het voortgezet onderwijs beter te laten aansluiten op het hoger onderwijs. Het advies is een antwoord op de vorig jaar losgebarsten storm van kritiek op didactische vernieuwingen in het onderwijs.
De raad maakt zich zorgen om het kennisniveau van scholieren en eerstejaars studenten. Steeds meer universiteiten en hogescholen voelen zich gedwongen om toelatingstoetsen en bijspijkercursussen te organiseren. Met de examenmaatregel zou de overheid weer steviger grip krijgen op het niveau van scholieren.
Het hoger onderwijs en de toeleverende scholen moeten samen afspraken maken over het minimale `aanvangsniveau' van opleidingen. Als die daar een toets via het internet aan koppelen, kunnen aankomende studenten straks simpel vaststellen of ze aan de eisen voldoen.
Ook het eindniveau van het hoger onderwijs moet beter worden bewaakt, vindt de raad. Zij pleit voor herinvoering van afsluitende examens, die de opleidingen landelijk op elkaar afstemmen. Bovendien moet de NVAO bij accreditaties beter letten op de kwaliteit van docenten en afstudeerprojecten. De raad adviseerde minister Plasterk afgelopen zomer om opleidingen die op deze punten `heel goed' scoren, een kwart meer budget te geven.
Lees het interview met Fons van Wieringen, voorzitter van de Onderwijsraad, elders in het UT-Nieuws