Universiteiten hoeven gelden die ze binnenhalen uit de `pot' Vernieuwingsimpuls van NWO (zoals de veni-, vidi- en vici-subsidies) niet langer te `matchen'. Dat onthulde minister Plasterk vorige week bij de opening van het academische jaar in Utrecht.
Kees van Ast, de financiële man in het CvB, noemt de maatregel (`die ik ook maar uit de krant heb moeten vernemen') niet verkeerd, maar tekent er wel nadrukkelijk bij aan dat het slechts om een deel van al het NWO-geld gaat, namelijk wat alle universiteiten aan impuls-subsidies bij elkaar opgeteld binnenhalen: een bedrag van ongeveer 30 miljoen. `Dat zal de UT een of twee miljoen schelen. Het is niet zo dat de matchingsproblematiek nu is opgelost, laat staan dat dit het begin is van een oplossing. De miljoenennota zal daar met Prinsjesdag duidelijkheid over moeten verschaffen.'
In 2006 haalde de UT in totaal 19,2 miljoen NWO-geld binnen (dus inclusief de gelden uit de Vernieuwingsimpuls) en legde daar zelf een derde deel bij. De `matching' geeft wetenschappelijk succes een scherp kantje. Hoe succesvoller een universiteit is in het verwerven van gelden voor excellent onderzoek, hoe meer er aan eigen geld bij moet.
Over de 100 miljoen die minister Plasterk wil overhevelen naar NWO vanuit de basisfinanciering van de universiteiten is het laatste woord nog niet gezegd, alhoewel daar bij de opening van het academisch jaar weinig van bleek. Alleen Yvonne van Rooij (CvB, Utrecht) sprak van een heilloos plan. `De overheveling gaat onherroepelijk ten koste van jonge wetenschappers en vernieuwing in het onderzoek.'
Van Ast noemt het een ander item dan de impuls-maatregelen. Twente dreigt met 9,3 miljoen onevenredig hard te worden gekort en voelt dat als straf voor de succesvolle onderzoekskoers van de laatste jaren. De drie TU's die in het ergste scenario vanaf volgend jaar samen bijna 35 miljoen gaan mislopen zijn al in gesprek met het ministerie. De federatie ondersteunt het voornemen van de minister om NWO meer profiel te geven, maar keurt de manier waarop af.
Plasterk werkt intussen naar een systeem waarbij de promovendus alle vrijheid krijgt. Die zou zelf zijn project en promotor mogen kiezen. Het geld moet de beste onderzoekers volgen, en niet andersom. Want, meent Plasterk, wetenschappers zijn op jonge leeftijd het creatiefst. `De meeste ontdekkingen die Nobelprijzen opleveren zijn gedaan door mensen onder de dertig, en bijna nooit door mensen boven de veertig.' Die jongeren zouden daarom minder last moeten hebben van oude bobo's: `Onderzoeksgroepen zouden moeten bestaan uit een groepsleider, en dan verder uit aio's of tijdelijke postdocs', meent de minister. `Meer hiërarchie is de dood in de pot. De Duitse en Franse hiërarchie, om nog maar te zwijgen van de Zuid-Europese en Russische, heeft in enkele decennia een einde gemaakt aan de dominante positie die Europa in de wetenschap had, en van Europa een wetenschappelijk ontwikkelingsland gemaakt.'
Ten slotte liet Plasterk er geen misverstand over bestaan dat hij de topsalarissen van universiteitsbestuurders wil inperken. Hij wil dat de universiteiten zich aan de Balkenende-norm houden. `U wordt benoemd door mij, u werkt met mijn vertrouwen. Laat er geen misverstand bestaan.'