| Nicole Torka zorgt iedere avond voor de aanvoer van vers voedsel. |
Nog nooit een loslopende kat op de campus gezien? Het verbaast Nicole Torka niets. `Ze zijn schuw voor mensen en kruipen pas 's avonds als het rustig is uit hun schuilplek.' De docent, werkzaam bij de faculteit MB, kan het weten. Ze woont op de campus en elke avond als ze een rondje met haar honden wandelt gaat ze ook even langs haar vaste voederplek. Daar, achter de Faculty Club, vult ze drie schoteltjes met verse kattenbrokken en blikvoer. `Stinken hè, dat spul,' klaagt ze terwijl ze een blik opentrekt. De dieren verwelkomen haar elke avond, vertelt ze. `Ze weten dat ik kom en wachten me geduldig op. Een moederpoes met haar zes kittens eet hier altijd,' weet Torka. `Na vijf maanden kunnen deze jonge katten al zwanger raken, gemiddeld lukt dat zo'n drie keer per jaar. Reken maar uit hoe snel een populatie groeit.'
Daarom blijft Torka tot november de beesten voeren zodat de dierenbescherming ze makkelijk op die plek kan vangen voor de gewenste ingreep. `Rond die maand zijn deze kittens oud genoeg en kom ik samen met collega Joep Trapp in actie,' zegt Karin Bijsterbosch van de dierenbescherming. `Meestal plaatsen we de katten na de behandeling terug, behalve katjes tot tien weken oud. Die kunnen we nog tam krijgen en in huis plaatsen. Daarom is het belangrijk dat mensen ons zo snel mogelijk bellen als ze een nest ontdekken.'
| Miauw, een zwerfkatje geniet van een lekker hapje |
Maar niet iedereen denkt er zo over, ondervond de kattenvangster toen ze een keer haar uitgezette vangkooien kapot aantrof. `Gewoon vernield, drie kooien à 275 euro. Ik krijg ook vaak de opmerking naar mijn hoofd geslingerd dat ik de natuur haar gang moet laten gaan. Toen ik laatst een kat uit een studentenflat wilde meenemen voor castratie, stonden ineens tien studenten om me heen te dreigen dat ik dát wel kon vergeten. Nee, een echte relaxte werkdag heb ik op de campus in de drie jaar dat ik er werk, nog nooit gehad. Er gebeurt altijd wel wat.' Toch zet Bijsterbosch door, want ze geeft zielsveel om de dieren. Thuis houdt ze er tien. `Wij zien zoveel leed, terwijl dat met een simpele ingreep te voorkomen is. Niet gecastreerde katers vechten namelijk hevig met elkaar. Lelijke, ontstoken wonden zijn het gevolg. Onlangs verwijderde de dierenarts nog een oog bij een kater, dat hing er half uit. Poezen die vaak zwanger zijn, krijgen op den duur een ontsteking aan de baarmoeder. De kosten nemen zo wel onnodig toe. En wat als er een besmettelijke ziekte uitbreekt? De dieren verdienen dat leed niet! Met een simpele ingreep is dat te voorkomen en daar ben ik heel fanatiek in.'
Ook Nicole Torka is gedreven. `Ik ben niet een echte kattenliefhebster, maar ik trek mij het lot van de dieren wel aan. Daarom zamel ik tweedehands boeken in die ik graag met een stand op de campus wil verkopen. De opbrengst stel ik dan beschikbaar aan het kattenproject op de UT.'
André de Brouwer, contractmanager bij het Facilitair Bedrijf van de UT, kent de kattenproblematiek, al tilt hij er zelf niet zó zwaar aan. `We krijgen wel eens meldingen binnen van overlast: stinkende kattenpoep of aangevreten vuilniszakken, meestal in de buurt van de keuken of catering. Onze onderhoudsmedewerkers maken dan een extra rondje en zien er op toe dat die plek schoon blijft.' De Brouwer vindt ook dat het aantal katten in de gaten moet worden gehouden. `Driehonderd katten is niet superveel. Tuurlijk moeten we er voor waken dat het er niet veel meer worden, maar studenten hebben nu eenmaal poezen bij zich en mensen voeren die beesten nu eenmaal graag, daar doe je niets aan.' De Brouwer adviseert katteneigenaren wel altijd om even langs de dierenarts te gaan. `Voorkomen is beter dan genezen. Maar, misschien moeten we toch eens met de dierenbescherming om tafel.'