Voorkeur voor het Bayesiaanse model
Wie: Jean-Paul Fox (37), studeerde toegepaste wiskunde en promoveerde bij toegepaste onderwijskunde aan de UT.
Werkt bij: Vakgroep Onderzoeksmethodologie, Meetmethoden en Data-analyse van het Institute for Behavioral Research.
Onderzoek: `Ik richt me in mijn Vidi-onderzoek op de problematiek van het maken van vergelijkingen van toetsresultaten over landen. Er zijn zeer veel onderzoeksprogramma's die als doel hebben het vergelijken van toetsresultaten over landen. Een voorbeeld is PISA (Programme for International Student Assessment) van de OECD (Organisation for Economic Co-operation and Development) waarbij 15-jarige studenten uit verschillende landen getest worden op wiskunde- en taalvaardigheden. Het Vidi-onderzoek richt zich op de ontwikkeling van modellen binnen de psychometrie die uitgaan van ongelijkheid van meetinstrumenten. Ik wil Bayesiaanse modellen gaan gebruiken. Ze modelleren een proces waarbij gebeurtenissen met een bepaalde kans optreden. Er zijn twee stromingen binnen de statistiek, de (klassieke) frequentistische en de Bayesiaanse stroming. In de frequentistische stroom is het kanselement ingebouwd in het model op basis van de steekproeftrekking. Niet iedereen in de populatie kan ondervraagd worden, er vindt selectie plaats. Zouden we opnieuw selecteren dan zouden we waarschijnlijk een iets ander beeld krijgen. Conclusies worden daardoor getrokken met een bepaalde mate van onzekerheid. In de Bayesiaanse stroom wordt er op een vergelijkbare manier een model gedefinieerd voor de geobserveerde data. Maar daarnaast worden er subjectieve kansen gedefinieerd met betrekking tot parameters in het model. Beide kanselementen leiden tot de onzekerheid waarmee bepaalde uitspraken gedaan worden. De voordelen van de Bayesiaanse benadering zitten hem met name in de krachtige rekenmethoden die hiervoor ontwikkeld zijn.'
Vidi: `Deze subsidie maakt het mogelijk om mijn Veni-onderzoek voort te zetten. Daarnaast kan ik nu twee AIO's aanstellen waardoor er veel meer werk verricht kan worden. Hierdoor kan het geheel verder geïmplementeerd worden waardoor mijn softwarepakket ook doorontwikkeld wordt. Dus ik ben zeer blij met deze prijs aangezien ik meer onderzoekstijd (door de onderwijsverlichting) en meer mankracht krijg.'
Ambitie: `Ik wil mijn ideeën verder uitwerken en een compleet nieuwe methodologie ontwikkelen voor internationaal survey onderzoek. De problematiek in onderzoeksgebied is vrij complex maar uiterst relevant met het oog op globalisering. Daarnaast moet er een gebruikersvriendelijk softwarepakket komen waarmee het geheel toegankelijk gemaakt wordt voor onderzoekers op dit terrein.'
| Jean-Paul Fox (Foto: Gijs van Ouwerkerk) |
Doorgronden van het posthumane wezen
Wie: Peter-Paul Verbeek (36) studeerde wijsbegeerte van wetenschap, technologie en samenleving aan de UT en promoveerde bij Hans Achterhuis.
Werkt bij: vakgroep Wijsbegeerte, faculteit Gedragswetenschappen.
Onderzoek: `Ik krijg de Vidi-subsidie voor onderzoek naar technologie en de grens van de mens, oftewel de ethiek en antropologie van het posthumanisme. De technologische ontwikkeling heeft een stadium bereikt waarin technologie gaat interfereren met de menselijke natuur. Biotechnologie, neuro-implantaten en nano-technologie maken het mogelijk om de mens te veranderen. Zelfs zo drastisch, dat ze ons voorbij de mens zouden kunnen voeren, in de richting van een posthumaan wezen. Die ontwikkelingen zijn omstreden en maken het nodig ons de vraag te stellen hoe er op een verantwoorde manier mee om te gaan, in plaats van ons er alleen maar tegen af te zetten of te verzanden in sciencefiction-fantasieën over een verbeterde opvolger van de homo sapiens. Aan de ene kant is er een beter begrip nodig van de aard van het posthumane wezen dat wij zouden kunnen worden en anderzijds een geschikt moreel kader om de ontwikkelingen te begeleiden. Dit Vidi-project borduurt voort op mijn Veni-subsidie, die ik in 2003 ontving. Ook in dit onderzoek stond de relatie tussen mens en technologie centraal en de moeilijke grens daartussen. In het Veni-project richtte ik me op de vraag of technologie een ethische lading kan hebben en hoe ontwerpers daarop kunnen anticiperen.'
| Peter-Paul Verbeek (Foto: Gijs van Ouwerkerk) |
Vidi: `Volgend jaar begin ik aan mijn Vidi-project en komt er een aio bij. Ik had om eerlijk te zijn niet verwacht de subsidie te krijgen omdat ik nog volop in de uitwerking van het Veni-project zit. Maar ik ben er hartstikke blij mee. Zonder deze subsidie zou ik veel minder tijd hebben voor onderzoek en me vooral moeten bezighouden met onderwijs. Niet dat ik dat niet leuk vind, ik ben één dag per week opleidingsdirecteur van de master wijsbegeerte, maar als wetenschapper wil je ook aan onderzoek kunnen doen. De UT trekt onderwijs en onderzoek wel erg uit elkaar. Prettig aan zo'n subsidie is ook dat het als een soort van kwaliteitskeurmerk fungeert. Er gaan deuren voor je open.'
Ambitie: `Mijn hart ligt bij de filosofie, dus ik vind het fantastisch om aan een groot project als dit te mogen werken. Met de Vidi-subsidie kan ik op onderzoeksgebied vijf jaar vooruit, een grote luxe. Of ik ooit hoogleraar zou willen worden? Dat soort ambities hoor je niet in de krant te zetten. Maar hier in Twente heb ik het vooralsnog naar mijn zin, het is een inspirerende omgeving.'
Het geheim van de supergeleiding
Wie: Alexander Brinkman (31), studeerde natuurkunde en promoveerde aan de UT.
Werkt bij: vakgroep Lage Temperaturen, Mesa+.
Onderzoek: `Mijn Vidi-onderzoek is een heel andere lijn dan waar ik onderzoek naar deed in mijn Veni-project. Die laatste loopt trouwens nog door tot februari en zal ook daarna nog een interessante onderzoekslijn blijven. Ik heb geprobeerd het geheim van de hoge-temperatuur supergeleider te ontrafelen. Een paar puzzelstukjes zijn gevonden, maar wie de oplossing echt weet kan meedingen naar de Nobelprijs. Inderdaad, de lat ligt hoog. En dat geldt ook voor het nieuwe Vidi-onderzoek. Ik wil een voorspelling toetsen die Einstein ooit tot ontsteltenis bracht. Als je eigenschappen van twee deeltjes koppelt, dan levert het meten van het ene deeltje informatie op over het andere. De quantummechanica voorspelt dat deze koppeling ook kan gelden voor deeltjes die van elkaar gescheiden zijn, bijvoorbeeld zo ver dat het licht er een jaar over doet om van de een naar de ander te komen. Dit maakt teleportatie mogelijk. Ik wil de voorspelling gaan toetsen met elektronen op een chip, waarbij de supergeleider zorgt voor een verbondenheid tussen de elektronen. Als dit zou lukken, wat een grote uitdaging is en bovendien ook spannend, dan is deze `quantumcryptografie' een veilige mogelijkheid om in de toekomst informatie over te dragen.'
| Alexander Brinkman (Foto: Gijs van Ouwerkerk) |
Vidi: `Ik had er heel erg op gehoopt, maar het is altijd maar afwachten of zo'n jury je voorstel goed genoeg vindt. Het is een prettig idee dat ik nu vijf jaar vooruit kan, twee aio's mag aanstellen en een nieuw onderzoeksapparaat kan aanschaffen. Een aantal afstudeerders hebben al een voorzetje gegeven, zodat ik straks met het echte onderzoekswerk aan de slag kan. Fijn aan zo'n subsidie is ook dat ik me de komende vijf jaar minder druk hoef te maken over het schrijven van allerlei projectvoorstellen om geld binnen te slepen. Ik kan me helemaal hier op richten, heerlijk. Want onderzoek doen, dat is het toch het allerleukste van de wetenschap.'
Ambitie: `Die heb ik nu nog alleen inhoudelijk: het geheim van de supergeleiding ontrafelen en nu dus ook teleportatie realiseren. Voor al het andere ben ik nog wat jong. Als hoogleraar sta je misschien minder in het lab en dat is juist wat ik heerlijk vind, een beetje aan de knoppen draaien enzo.'
`Ik kan nu m'n eigen pad volgen'
Wie: Allard Mosk (37) studeerde natuur- en sterrenkunde en promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam.
Werkt bij: vakgroep Complex Photonic Systems, Mesa+.
Onderzoek: `In plaats van de onderzoekslijn te volgen die door de professoren Ad Lagendijk en Willem Vos is begonnen, sla ik nu mijn eigen pad in. Met de Vidi-subsidie wil ik een zelflerende laser ontwikkelen, die zijn bundel aanpast als het materiaal ondoorzichtig is. Laserlicht is heel nuttig, want je kunt het sterk focusseren. Maar alleen in transparante materialen: in een glas water heb je een goede focus, in een glas melk niet. Verschillende materialen, bijvoorbeeld papier of huid, zorgen voor verstrooiing waardoor het focusseren minder goed lukt. Dat probleem wil ik onderzoeken, er in ieder geval een gedeeltelijke oplossing voor vinden. Ik wil gebruik gaan maken van interferentie, oftewel het versterken en verzwakken van golven, en fluorescerende moleculen. Met zulke moleculen bestaat al veel ervaring op de UT. Als mijn project slaagt, dan zijn de toepassingen breed. Bijvoorbeeld in de microscopie. Cellen die in ondoorzichtig weefsel verborgen liggen, kun je dan belichten en kwaadaardige cellen uitschakelen. Maar het zou ook toegepast kunnen worden bij het maken van chips. Mijn Vidi-onderzoek is fundamenteel gericht, met wel de route naar bepaalde toepassingen in het achterhoofd.'
| Allard Mosk (Foto: Gijs van Ouwerkerk) |
Vidi: `Van het geld wil ik twee aio's aantrekken. Het is prettig om met deze subsidie in één keer een grote klap geld binnen te halen. Het indienen van projectvoorstellen voor financiering is namelijk een tijdrovende klus. Daar ben ik nu even van gevrijwaard. Voordeel van Vidi is ook dat het om een prestigieuze prijs gaat. Ik vind het een hele eer dat NWO mij bij dat rijtje van jonge excellente wetenschappers vindt horen.'
Ambitie: `Ik hoop leuke en openstaande vragen te kunnen aanpakken en oplossen. Verder reikt mijn ambitie voorlopig niet. Want vragen oplossen, dat is waar het onderzoek om draait, waar je een Nobelprijs voor kunt krijgen. Ik zou graag nóg betere onderzoeksapparatuur willen aanschaffen. En ik hoop over dit onderzoek te publiceren in Science of Nature. Ik heb namelijk wel het gevoel dat ik op een goed spoor zit. Niemand is hier nog mee bezig.'
Mix van toegepast en fundamenteel
Wie: Jan de Boer (36), studeerde biologie aan de Universiteit Utrecht en promoveerde bij het Erasmus Medisch Centrum.
Werkt bij: vakgroep Tissue Regeneration, Instituut voor Biomedische Technologie.
Onderzoek: `Ik wil doorbloede botten kweken met beenmerg. Er bestaat namelijk een grote groep patiënten, die kampt met een gat in een stuk bot dat na ziekte of een ongeluk niet meer aangroeit. Een bot dat doorbloed is, zou de oplossing kunnen zijn. Daarvoor wil ik gebruik maken van stamcellen. We weten namelijk dat stamcellen veel meer kunnen dan alleen maar delen. Je kunt er ook bot, vet, spieren en endotheelcellen mee maken. Die endotheelcellen maken een nieuw bloedvat aan. Mijn plan is dus om vanuit stamcellen endotheelcellen te kweken, zodat het ingroeiproces van bloedvaten in botweefsel versnelt. Het gaat om een heel ingewikkeld proces, dat ik zelf - van stap tot stap - opnieuw moet leren begrijpen. In een kweekbakje breng ik twee celtypes bij elkaar. Hoe gedragen ze zich daar? Daarna moet het bestudeerd worden in het lichaam, wat we in muizen zullen doen. Dat gaat overigens niet zomaar, het doen van dierproeven is een logistiek complex proces waarbij je eerst langs een commissie moet voor toestemming. Dankzij de SmartMix-subsidie, die onze vakgroep onlangs ontving, bestaat zelfs de mogelijkheid om ontwikkelde technologie uiteindelijk te testen bij mensen. Of dat nog toekomstmuziek is? Dat hoeft helemaal niet. Als ik vanuit stamcellen de juiste endotheelcellen weet te kweken, kan het snel gaan.'
Vidi: `Tijdens mijn vakantie in de Dordogne kon ik het niet laten om toch even mijn mail te checken. Daar las ik het nieuws over de toekenning van de Vidi-subsidie. Ja, om dat te vieren ging er wel een flesje wijn open. In deze fase van mijn wetenschappelijke carrière is een Vidi-beurs het mooiste wat me kan overkomen. Het is een toets voor mijn wetenschappelijke kwaliteit, en daar ben ik natuurlijk ongelofelijk blij mee. Zonder de subsidie zou ik niet echt aan dit project kunnen werken. Nu gaat het om een mooie mix van toegepast en fundamenteel onderzoek.'
Ambitie: `Leuk en interessant wetenschappelijk onderzoek doen. En door dat onderzoek een naam weten op te bouwen zodat ik internationaal kan meedraaien en samenwerken met toponderzoeksgroepen.'
| Jan de Boer (Foto: Gijs van Ouwerkerk) |