Marjans camera
Het was Jacob, haar vorige baas, bij de faculteit Technische Natuurwetenschappen. Jacob was altijd vrij handtastelijk geweest en had dubbelzinnige opmerkingen gemaakt. Totdat het haar teveel was geworden en ze hem had beschuldigd van seksuele intimidatie. Jacob had dit natuurlijk ontkend en zij had geen bewijzen. Het had tot gesprekken geleid met mediators, medewerkers personeelszaken en directieleden. Uiteindelijk had de UT overplaatsing voorgesteld. Ze mocht van geluk spreken, volgens de directie. Ze had geen kans gehad tegen de hogere heren.
`Mariët, met Jacob. Hoe gaat het met je?'
Tss, dacht Mariët. Die neerbuigende toon. Ondanks haar leuke, nieuwe werkplek had ze toch vaak het gevoel dat ze schuin werd aangekeken. Alsof de anderen dachten: ze heeft het zich vast verbeeld en de hele zaak overdreven. Daarbij was Jacob best populair, ging na werktijd ook veel om met collega's en, toegegeven, hij zag er leuk uit.
Maar zij wist wel beter.
`Ja, goed', zei ze. `En met jou?', vroeg ze met gepaste desinteresse.
`Ja, met mij ook. Zeg, er moeten nog wat formaliteiten worden afgehandeld en ik wou vragen of je nog even langs mijn kantoor kwam. Ik heb nog een flesje wijn staan dat ik voor mijn verjaardag van de personeelsvereniging heb gekregen en ik dacht: misschien kunnen we onder het genot daarvan nog even praten…over wat er gebeurd is.'
Dit overdonderde haar. Even praten? Wat viel er nog te zeggen? Probeerde hij haar nou te lokken met een vaag smoesje? Of wou hij gewoon vriendelijk zijn? Misschien zag ze wel spoken. Na al die gesprekken met mediators en personeelszaken had ze wel vaker getwijfeld…Die mensen bleven ook maar aandringen: misschien had ze het zich toch verbeeld? Wist ze het verschil niet tussen collegialiteit, een onschuldige aanraking en intimidatie? Nee! Ze was ervan overtuigd. Ze was geïntimideerd en daar had ze zich terecht over uitgesproken. Maar wat moest ze nou doen?
`Ja, is goed', zei Mariët. `Ik kom er zo aan.'
Ze had een plannetje. Al een tijdje had ze erop zitten broeden. Ze wou rechtvaardigheid. Ze was te kijk gezet en nu zou ze de rollen omdraaien. Ze zou haar seksualiteit tegen hem gebruiken. En haar beste vriendin Marjan, fotografe bij het UT-Nieuws, kon haar hier mee helpen. Marjan had altijd achter Mariët gestaan. Daarbij kende Marjan de gladde praatjes van Jacob ook. Ze was er allesbehalve gecharmeerd van.
Ze kwam aan bij zijn kantoor. Het was er warm, de zomerse temperatuur had er al bezit van genomen. Zijn voorhoofd glinsterde. Ze keken elkaar aan. Zij was hier maar met één doel gekomen. Ze liep naar zijn bureau, gooide haar haar los en maakte wat knoopjes van haar blouse los. Ze veegde de papieren van zijn bureau en trok hem aan zijn stropdas in haar richting. Langzaam kusten ze elkaar. In een korte adempauze grijnsde hij naar haar en zei: `Ik wist wel dat jij het ook wou.'
Terwijl de rillingen over haar rug liepen, zei ze: `Kleed je uit'. Zo goed en kwaad als het ging met zijn bezwete lichaam, ontdeed hij zich gretig van zijn kleding. Terwijl Mariët de wijnfles ontkurkte, gebood ze hem op het bureau te gaan zitten. Zij raapte zijn stropdas op en bond deze speels over zijn ogen. De spanning steeg. `Ik wist niet dat je in was voor dit soort spelletjes', zei hij met een grijns.
Maar het lachen verging hem snel, toen hij het geluid hoorde van Marjans camera en al helemaal toen hij de volgende editie van het UT-Nieuws zag, met daarin een foto van hem, slechts gekleed in stropdas. Het bijschrift: `Zomerhitte drijft medewerkers tot waanzin'. Mariëts wraak was zoet geweest. Eindelijk vakantie, eindelijk rust.
Geert-Jan Venema Medewerker FEZ
Op sterk water
Met trage slagen trok Tom zijn baantjes door het campuszwembad. God, wat was het toch heerlijk om in dit Center Parc te studeren. Op vakantie gaan was dan ook niet nodig, vond hij. Hij bleef lekker thuis, aan de Calslaan. Gelukkig waren al zijn huisgenoten wel met vakantie. Misschien kon hij zo tussendoor nog voor een hertentamen leren. En wie weet bleven er nog leuke studentes op de campus hangen. Zoals dat lekkere communicatiemeisje. Plotseling werden zijn gedachten verstoord door iemand die luidruchtig langszij kwam crawlen. `Hee Tom', grijnsde de zwemmer en hij zette zijn duikbril af. Tom trok wit weg…
Hij kende dit schijnheilige smoelwerk. Zes maanden geleden was er een kamer vrij gekomen in het studentenhuis. Veel bezoekers hadden toen een kijkje genomen, zo ook deze crawlende rat, die zich tijdens zijn kijkuurtje had gedragen alsof de kamer al van hem was.
Tom keek eens diep in zijn ogen. Wat wist dit obstakel?
Wist hij iets van de hoge bedragen die Tom iedere maand aan huur moest betalen? Natuurlijk was niemand geschikt geweest om de lege kamer te betrekken. En Tom had al jarenlang behoefte gehad aan meer ruimte voor zichzelf.
Waarom had hij eigenlijk ooit voor een technische studie gekozen? Alsof hij van tevoren niet had geweten dat hij dan te maken zou krijgen met een chronisch gebrek aan vrouwen. God, wat had hij vaak smachtend vanaf zijn balkon gekeken naar die voorbij fietsende communicatiemeisjes in hun sensuele topjes. Verrukkelijk, die blonde hoofdjes die nog te stom waren voor de simpelste statistiek.
Eindelijk werden zijn plannen werkelijkheid. De klimaatbeheersing op zijn tweede kamer was inmiddels perfect; de apparatuur had aardig wat euro's gekost. De ruimte kon worden afgesloten als een kluis, en de identiteit van de fictieve huurder was overtuigend. Naast Tom woonde nu zogenaamd Chung Lang, een uitermate schuchtere student uit China. `Hij heeft een levensbedreigende vorm van pleinvrees,' had Tom zijn overige huisgenoten verteld. `Van openbare ruimtes krijgt hij stinkende uitslag met pus.'
Het was niet gemakkelijk geweest om de manshoge reageerbuizen op de kop te tikken. Op eBay had hij bij toeval twee prachtige exemplaren gevonden: originele glazen cilinders uit Demolition Man, een oude science fiction-film met Sylvester Stallone. Man, die dingen hadden nog meer gekost dan de klimaatbeheersing, maar voor een leuke hobby moet een mens wat over hebben. Dan maar een paar maanden wat minder Grolsch drinken.
Gisternacht nog had Tom volledig tevreden een wandeling gemaakt langs zijn twee reageerbuizen. De glazen kunstobjecten glommen altijd prachtig in het mystieke maanlicht. Het vocht dat door het glas werd tegengehouden had een gelige, soms bijna gouden kleur. Baarmoeders, daar waren Tom's geniale creaties nog het best mee te vergelijken. Veilige, warme baarmoeders.
Tom moest lachen en even kreeg hij wat chloorhoudend water in zijn neus. Ondertussen moest hij zijn armen onder controle houden. Zijn forse biceps kwamen weer eens goed van pas. Hij liet nogmaals een satanisch lachje horen. Communicatiemeisjes op sterk water, wie had dát ooit kunnen denken?
Die met de blonde vlecht vond hij het mooist. Hij was verliefd op haar. Je moest niet vergeten hoe snel het allemaal ging met de techniek. Binnen een jaar of tien zou hij haar uit de buis kunnen halen. Dan zouden ze gaan trouwen.
Op het roodharige communicatiemeisje was hij minder gesteld. Misschien zou ze haar buis nog een keer moeten verlaten, om plaats te maken voor een beter exemplaar. Maar goed, een lijk leg je niet zomaar bij het vuil. En dan ook nog eentje met rood haar! Lekker opvallend.
Hij had beide meisjes op stage gestuurd naar Mexico. In twee vergelijkbare brieven had hij de verbaasde ouders laten weten dat hun dochters ineens waren overvallen door verlangens naar een leven met meer avontuur. In Mexico zouden ze wel een keertje bellen. Mijn god, had hij niets beters kunnen verzinnen? Hoe lang kon hij dit rookgordijn nog in stand houden?
Toen het gespartel was afgelopen, liet Tom al watertrappelend zijn handen omhoog komen. `Heeft iemand een EHBO-diploma!?' riep hij. Puur voor de vorm natuurlijk, want er was verder niemand.
Jos Eertink
Vijfdejaars TCW
Lang niet gezien
Met trage slagen trok Tom zijn baantjes door het campuszwembad. God, wat was het toch heerlijk om in dit Center Parc te studeren. Op vakantie gaan was dan ook niet nodig vond hij. Hij bleef lekker thuis, aan de Calslaan. Gelukkig waren al zijn huisgenoten wel met vakantie. Misschien kon hij zo tussendoor nog voor een hertentamen leren. En wie weet bleven er nog leuke studentes op de campus hangen. Zoals dat lekkere communicatiemeisje. Plotseling werden zijn gedachten verstoord door iemand die luidruchtig langszij kwam crawlen. `Hee Tom', grijnsde de zwemmer en hij zette zijn duikbril af. Tom trok wit weg…
De zwemmer bleek namelijk geen hij, maar een zij. Een zij, die Tom bovendien kende. Een zij met prachtige armen, lange benen en een sensuele kastanjebruine haardos, die nu half op het water dreef. Twee groene, verbaasde ogen keken hem verrast aan. Het was Mariëlla...
`Goh, jou heb ik lang niet gezien. Hoe gaat het ermee?' vroeg ze, ietwat sarcastisch. `Euh…prima hoor!', antwoordde Tom zo opgewekt mogelijk. `En met jou dan?'
`Uitstekend. Maar zeg, moest jij niet allang afgestudeerd zijn?'
`Haha, euh, jawel, maar ik heb…', stamelde Tom.
`En hoe was Australië? Nog leuke kangaroes gezien?' vervolgde Mariëlla.
`Tja nou, die waren er wel ja.'
`Aha, die waren er wél! Maar er waren zeker geen postkantoren? Oh, en had je eigenlijk wel internet?' Met een paar ferme slagen zwom ze ineens weer verder. Tom zuchtte. Waarom hadden vrouwen toch zo'n olifantengeheugen? Mannen zouden zo'n klein incidentje als een paar maanden verkering, nu anderhalf jaar geleden, allang zijn vergeten. En als je liep te backpacken met een zware rugzak, wilde je niet ook nog eens de ballast dragen van een vriendin die je elke week moest mailen. Veel te veel gedoe, en bovendien, wie wist wie je daar in de warme zon nog allemaal tegen kon komen? Tom grijnsde. Dat was me het jaartje wel! Maar een zomer op de campus van de glorieuze UT leek hem nu ook prima. Hij klom uit het zwembad, verruilde zijn duikbril voor een hippe zonnebril, en liep nog even stoer langs het bad.
Thuisgekomen gooide Tom zijn tas neer, dronk een glas water en checkte zijn brievenbus. Een stapeltje folders, een giro-envelop en een langwerpige brief. De brief was echter niet bestemd voor hem, maar voor ene M. van Brambergen. `Mariëlla, alweer!', riep Tom uit. Had ze nou nog stééds haar adreswijziging geregeld? Tom wilde de envelop al in de papierbak gooien, toen hij opeens het groene huisartslogo herkende. `Verdorie…', momelde hij, en hij stapte weer naar buiten. Mariëlla woonde eveneens op de Calslaan. Niet dat hij ooit bij haar langsging.
`Jij weer?' Ze trok een wenkbrauw op. `Zo hoor ik anderhalf jaar niks van je, en dan opeens elk uur…'
`Een brief voor je,' zei Tom. Mariëlla keek hem smalend aan. `Vroeger was ik een stalker als ik naar de post vroeg. En nu kom je het me spontaan brengen… daar trap ik niet in, meneertje!' Met een klap smeet ze de deur dicht. Ongeduldig belde Tom nog een keer. Dit keer opende niet Mariëlla de deur, maar een grote potige kerel met piekhaar die hem driest aankeek. `Mariëlla!', riep Tom. `Toe nou, het is serieus, een brief van…' Maar de grote kerel greep hem in zijn kraag. `Wegwezen, schooier! En waag het niet weer m'n meissie te storen!'
Vertwijfeld liep Tom weer weg. Wat moest hij nou met die brief? Misschien was Mariëlla wel ernstig ziek, had ze een afspraak voor verder onderzoek… of erger misschien… Voordat hij thuis was, had Tom de brief al opengescheurd. Hij moest nu wel zelf lezen, wat voor vreselijk lot Mariëlla te wachten stond. Vluchtig las hij de brief door. Daarna nog een keer. En nog een keer. En toen drong het tot hem door.
Mariëlla was zwanger!
Een afgrijselijk gevoel overviel hem, denkend aan de potige uitsmijter. Knarsetandend wilde hij de brief verscheuren, toen zijn oog op de datum viel. De brief was te laat. Anderhalf jaar om precies te zijn. Tom werd duizelig. De zomer was wat hem betrof nu al op een kookpunt.
Silvia Roukens
Vijfdejaars toegepaste onderwijskunde
Verbonden
Tevreden sloot ze haar pc af. Zo, de afwezigheidassistent kon de komende vier weken haar mailtjes beantwoorden. Het was een leuke baan hoor, die ze had op de UT, maar zo af en toe had een mens wat vertier nodig. Ze plukte haar jas van de kapstok en deed het licht uit. Snel naar huis, koffer pakken en vanavond naar Schiphol met haar beste vriendin. Ze kon niet wachten. Terwijl ze haar kantoordeur afsloot rinkelde de telefoon. Zou ze nog opnemen? Nou, vooruit. `Goedemiddag, Universiteit Twente, u spreekt met Mariët de Vries.' Aan de andere kant klonk een bekende stem. Een stem die ze niet had gehoord sinds haar overplaatsing naar een andere faculteit. Alle spieren in haar lichaam spanden zich. Niet nu, dacht ze wanhopig, niet uitgerekend nu.
Zonder na te denken gooide ze de hoorn op de haak. Snel, er vandoor. De telefoon begon weer te rinkelen, maar Mariët maakte zich snel uit de voeten. Met bonzend hart liep ze het gebouw uit. Waarom wist ze in zulke situaties nooit goed te reageren? Een snedige opmerking, een luchtige reactie. Maar nee, ze moest altijd weer verkrampen. En zo botste Mariët gedachteloos tegen haar collega op, die net gehurkt zijn fietsband aan het oppompen was. Als ware het domino-day vielen de fietsen in de rij netjes een voor een om. Geheel tegen Mariët's principes in, floepte er een klein vloekje uit.
`Foei, Mariët', zei Thomas. `En als je me niet mag, kun je het ook gewoon zeggen hoor.' Mariët begon te stamelen: `Sorry, euh, ik was… ik ben een beetje verstrooid.'
`Is er iets?' vroeg Thomas.
`Ach, ja. Nee niet, eigenlijk. Gewoon wat nadenken over m'n vakantie, of ik niet iets vergeten ben enzo. Je kent het wel,' antwoordde Mariët, die helemaal geen zin had om haar zielenroerselen te delen met `tuttige Thomas'. `Nogmaals sorry.'
`Joh, dat geeft niks, meissie. Leuke vakantie, hè, en natuurlijk willen we alle sappige details horen.'
Jaja, de perfecte uittocht zo, dacht Mariët. Ze groette Thomas snel gedag, en ging er toen vandoor.
Bij het inpakken van haar spullen kwam Mariët er achter dat het wel handig was om de gedachten er een beetje bij te houden. Dat er niet bijvoorbeeld een tube tandpasta waarvan je de dop niet goed hebt vastgeschroefd, je ondergoed van witte plekken en bijbehorende mintgeur voorziet. Afgezien van dat kleine ongelukje, was het koffers pakken op tijd gepiept. Badpak, luchtige kleding, chique kleding, avontuurlijke kleding, sandalen, bootschoenen, outdoor-schoenen. Dat moest het wel doen, dacht ze. Ze ging het huis nog even door voordat ze wegging, en trok de deur achter zich dicht. Ook deze keer kon ze de gedachte niet onderdrukken dat ze iets belangrijks vergeten was. Maar hopelijk bleek dat gevoel zoals gewoonlijk onterecht te zijn (die keer met het strijkijzer probeerde ze al een hele poos te vergeten; wat haar vrienden natuurlijk niet lieten gebeuren). Op naar Turkije!
Afgezien van een conducteur die grappiger dacht te zijn dan hij eigenlijk was (zoveel bagage had ze nou ook weer niet mee!), verliep de treinreis zonder problemen. Ze was mooi op tijd op Schiphol. Even later kwam haar vriendin Floor en gingen ze inchecken. Floor begon voorzichtig te informeren of er die dag nog iets bijzonders was voorgevallen. `Wat bedoel je precies?', vroeg Mariët, die aan de beginnende glimlach op het gezicht van haar vriendin zag dat die er meer van wist. `Nou, heb je een leuke dag gehad? Iets hartverwarmends?', ging Floor door. Mariët kreeg wat ongemakkelijke kriebels in de buik. `Wat, Floor? Ja… Nee. Ik, uh, ben gebeld.'
Floor's glimlach brak nu breder door: `Zozo! Door wie dan wel?' Mariët begon het door te krijgen. `Dus jij zit er achter! Je hebt Roy toch niet verteld dat ik hem leuk vind? Met die `stille hints' van je zeker! Argh. En ik heb de hoorn erop gegooid zonder iets te zeggen. Ik heb het verprutst!' Floor begon serieus te kijken en vroeg: `Je hebt hem dus niet gesproken? Je weet dus niet dat hij…' Ineens klonk een stem van achteren: `Nee, ze weet inderdaad nog niet dat ik ook naar Turkije ga met deze vlucht.' Roy. Mariët kon niets anders doen dan schaapachtig glimlachen. Dit kon nog wel eens een warme zomer gaan worden.
Conno Hendriksen
Medewerker onderzoek, faculteit MB
Licht Twents accent
Tevreden sloot ze haar pc af. Zo, de afwezigheidassistent kon de komende vier weken haar mailtjes beantwoorden. Het was een leuke baan hoor, die ze had op de UT, maar zo af en toe had een mens wat vertier nodig. Ze plukte haar jas van de kapstok en deed het licht uit. Snel naar huis, koffer pakken en vanavond naar Schiphol met haar beste vriendin. Ze kon niet wachten. Terwijl ze haar kantoordeur afsloot rinkelde de telefoon. Zou ze nog opnemen? Nou, vooruit. `Goedemiddag, Universiteit Twente, u spreekt met Mariët de Vries.' Aan de andere kant klonk een bekende stem. Een stem die ze niet had gehoord sinds haar overplaatsing naar een andere faculteit. Alle spieren in haar lichaam spanden zich. Niet nu, dacht ze wanhopig, niet uitgerekend nu.
Ze slikte even. `Dag Alexander, ik sta op het punt om weg te gaan maar wat kan ik voor je doen?' In de drie maanden op haar nieuwe werkplek had ze Alexander nog één keer gezien tijdens een lunchwandeling in het park, maar hij was haar straal voorbij gelopen. Ze had gebaald dat ze niet eerder de moed had gehad om hem te vertellen wat ze voor hem voelde, maar de overplaatsing kwam goed uit en ze had besloten hem maar te vergeten.
Alleen Alexander was haar nog niet vergeten. Mariët voelde haar hart in haar keel kloppen toen Alexander zei dat hij iets leuks te vertellen had, maar dat liever met een glas wijn op een terras deed. Vroeg hij haar echt mee om wat te gaan drinken?
Mariët dacht net op tijd aan de wijze woorden van haar beste vriendin Lisa, ze had haar gezegd Alexander te vergeten en ze zouden lekker samen op vakantie gaan. Op vakantie! Mariët werd wakker uit haar gedachten en onderdrukte een enthousiast `jaaa, leuk!'. Ze ademde een keer diep in en antwoordde hem dat ze helaas geen tijd meer had vandaag en de komende paar weken niet op de UT zou zijn.
Ze sloot haar kantoor af en ging naar huis, hoog tijd om te focussen op de vakantie. Ze had immers nog niet eens haar koffer ingepakt.
Alexander bleef nog een aantal dagen door haar hoofd spoken. Toen ze voor de zoveelste keer aan Lisa vertelde dat Alexander háár had gebeld en had gevraagd of ze met hem mee ging een wijntje drinken, zuchtte Lisa vermoeid. `Jet, we zijn op vakantie! Probeer het nou los te laten en geniet van het prachtige uitzicht en de mooie mannen hier!' Ergens had ze wel gelijk dacht Mariët. Cyprus was een prachtig eiland en de Griekse mannen waren inderdaad bijzonder aangenaam om te zien.
Het leuke nieuws van Alexander was vast niet zo heel erg leuk.
Lisa had al zo vaak naar haar verhalen geluisterd. Al vanaf haar eerste werkdag had Mariët een zwak gehad voor haar baas en ze had hem dat nooit durven vertellen.
Mariët draaide zich om op haar ligbed en nam nog een slokje van haar cocktail. Wat was het toch een geweldig idee van Lisa geweest om hier naartoe te gaan. Ze waren er bovendien ook zeker van dat ze geen bekenden tegen zouden komen, want op dit deel van het eiland hadden ze nog geen Nederlander gezien. Net toen ze haar ogen gesloten had en in alle rust verder van de zon wilde genieten, hoorde ze achter zich iemand Nederlands praten. Nederlands met een licht Twents accent. Een gevoel van irritatie ging door Mariët heen, zo ver weg en dan alsnog een confrontatie met thuis.
Lisa stootte Mariët aan. `Jet, hoor je wat ik hoor?'
Mariët schoot in de lach. `Ja, erg hè? Maar eigenlijk is het wel grappig om dat juist hier te horen. En zeker zo ver van huis!'
Lisa keek haar aan: `Herken je de stem dan niet?'
Nog voor Mariët kon antwoorden riep de stem iets in hun richting. `Mariët? Mariët!'
Mariët draaide zich om en viel bijna van haar ligbed van verbazing. Alexander!?
Hij kwam naar haar toegelopen. `Alexander, wat doe jij hier?', riep ze.
Hij antwoordde met een brede lach. `Ik dacht dat ik hier geen bekenden zou tegenkomen. Even een week totale rust. Maar jij bent veel leuker dan rust! En nu kan ik je alsnog het goede nieuws vertellen, ik word deze zomer nog overgeplaatst naar jouw gebouw. Ik heb je een paar maanden moeten missen en ik ben blij dat dat straks over is!'
Mariët keek hem aan en zonk even diep weg in gedachten. Wat had ze ineens een zin om weer aan het werk te gaan!
Elsemieke Hillen
Student psychologie