Olieman: ‘Na mijn tweede valpartij had ik het even zwaar, want mijn knie deed behoorlijk zeer. Ik moest de pijn echt even verbijten, maar daarna ging het beter. Bovendien ligt het parcours in Limburg me wel. Lekker heuvelachtig. Drie ronden voor het einde probeerde ik weg te sprinten, maar dat was lastig. Het was in die fase ook betrekkelijk onrustig in de voorste groep, waar op dat moment nog zo’n twintig renners in zaten. Ook in de laatste ronde bleef de groep bijeen. Alleen op het laatste stuk vals plat brak de boel open. Vier renners demarreerden en daar ben ik met twee andere renners achteraan gegaan. Dat bleek een gouden zet, want onderaan de afdaling kwamen we weer bij elkaar. Aan het einde van de wedstrijd kreeg ik last van kramp. Meesprinten was dan ook voor mij geen optie. Ik kon alleen de nummer zeven van de wedstrijd nog voorbij en het werd me behoorlijk zwart voor de ogen. Maar al met al smaakt deze zesde plaats naar meer. Of ik de ambitie heb profrenner te worden? Dan had ik hier niet moeten gaan studeren. Voor een bestaan als profrenner is het te laat. Maar voor een nationale titel bij de amateurs teken ik direct. Alleen moet dan wel alles meezitten. Wie weet.’
| Mark Olieman |