Echo kan heupafwijking bij baby eerder opsporen

| Redactie

Dysplastische heupontwikkeling, de medische benaming voor heupafwijking, komt voor bij ongeveer 3% van alle pasgeborenen. Met een vroege opsporing en behandeling kan voorkomen worden dat deze baby's later ernstige klachten krijgen, zoals slijtage van het heupgewricht en mank lopen. De UT doet daarom, samen met het Universitair Medisch Centrum Utrecht en TNO Kwaliteit van Leven, mee aan een proefimplementatie van echografische screening bij 4600 zuigelingen. Het project wordt gefinancierd door ZonMW, de Nederlandse organisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie.

Marjon Witting, promovenda bij de vakgroep STePHS, doet een haalbaarheidsonderzoek naar echografische screening bij baby's.
Marjon Witting, promovenda bij de vakgroep STePHS, doet een haalbaarheidsonderzoek naar echografische screening bij baby's.

Marjon Witting is als promovenda bij de vakgroep Science, Technology, Health and Policy Studies (STePHS) van de faculteit Management & Bestuur betrokken bij het implementatieonderzoek. `Bij 30 op de 1000 kinderen wordt dysplastische heupontwikkeling (DHO) ontdekt. Alleen, vaak niet vroeg genoeg. Een groot probleem, want als je dit niet tijdig behandelt krijgt het kind moeite met lopen en staan.'

Een echografische screening van alle pasgeborenen zou dat kunnen voorkomen. Op consultatiebureaus worden baby's nu alleen lichamelijk onderzocht op een eventuele heupafwijking. Daarbij wordt ook gekeken of er soortgelijke afwijkingen in de familie voorkomen en of het kind in stuitligging geboren is, omdat dit de kans op DHO vergroot. `Met dit lichamelijke onderzoek', vertelt Witting, `kunnen niet alle kinderen worden opgespoord. Maar ook andersom komt voor: kinderen die wel worden doorgestuurd naar het ziekenhuis, maar met wie uiteindelijk niets blijkt mis te zijn. Het lichamelijk onderzoek is dus te beperkt.'

Witting vertelt dat daarom van 1998 tot 2003 het zogenaamde Soundchec onderzoek plaatsvond, een interventiestudie naar de effecten en kosten van echografische screening op DHO. Ook hier was een promovenda van de UT, Lian Roovers, bij betrokken. De kinderen die aan dit onderzoek meededen werden driemaal gescreend, op de leeftijd van één, twee en drie maanden. `Daaruit bleek dat een echo het beste na drie maanden kan worden gedaan', vertelt Witting. `Het aantal gemiste gevallen was op die leeftijd het laagst en er werden weinig kinderen alsnog doorwezen.'

De proefimplementatie, Soundchec 2 geheten, waar de UT nu opnieuw aan meedoet, moet de haalbaarheid en kosten van echografische screening op de leeftijd van drie maanden in de jeugdgezondheidszorg in kaart brengen. Daarvoor worden - tussen november 2007 en april 2009 - 4600 baby's gescreend. Witting: `In november dit jaar willen we in de regio's Utrecht en Salland met de screening beginnen. Ik ben nu bezig om voor de ouders die in augustus een kind verwachten, brieven op te stellen met alle informatie. Het streven is om eind 2009 het onderzoek af te ronden. Er komen twee echo-apparaten in omloop, die op verschillende consultatiebureaus gebruikt gaan worden. Het is de bedoeling dat de consultatiebureauartsen en de verpleegkundigen zelf de echo's uitvoeren. Hiervoor krijgen zij eerst een training van een orthopedisch chirurg, een radioloog en een arts maatschappij en gezondheid. Om de kwaliteit van de screeningen te waarborgen, zullen de gemaakte echo's tijdens het project ook beoordeeld worden door een radioloog. In de toekomst zal die controle moeten vervallen.'

De UT richt zich in dit onderzoek specifiek op de haalbaarheid van implementatie, zegt Witting. Ze wordt begeleid door universitair docent Magda Boere-Boonekamp, die als onderzoeker ook bij het eerste project Soundchec betrokken was. `Het is de bedoeling dat echografische screening in de toekomst net zo'n gebruikelijke test bij zuigelingen wordt als de hielprik en de neonatale gehoorscreening. Maar deze nieuwe manier van heuponderzoek zal met name van de consultatiebureaus veel inzet eisen. Zijn zij wel in staat om verantwoord en kwalitatief goede echo's te maken? Ook de praktische haalbaarheid - kan elke baby überhaupt wel gescreend worden en willen de ouders dat wel? - moet nog blijken. En wat voor kosten brengt dit zoal met zich mee? Het project heeft dus nog een lange weg te gaan.'

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.