Adema testte hoe gebruikers reageren op het gebruik van zogenaamde `peer recommendations': naast een advertentie werden beoordelingen getoond van andere internetters, vergelijkbaar met de aanbevelingen die klanten geven bij internetwinkels.
Deze toevoeging bleek de clickrate aanzienlijk te verhogen. Door naast een banner een tekst te zetten als `Henk uit Amsterdam: ik vind het een goede advertentie' waren aanzienlijk meer mensen geneigd om door te klikken naar de reclamemaker. `Zeker wanneer er een fotootje van de beoordelaar bij werd geplaatst,' legt Adema uit. `Normaal klikken ongeveer twee op de duizend bezoekers op een banner. Wanneer je dat naar drie weet op te schroeven, dan zorgt dat - met miljoenen `views' per dag - voor een aanzienlijke verhoging van de inkomsten.'
Adema is de eerste die dit systeem in de praktijk heeft getest. `Er is duidelijk interesse voor. Mijn baas heeft al op diverse internationale congressen presentaties gegeven over mijn bevindingen.' Desondanks zitten er nog wat haken en ogen aan het verhaal. `Het is namelijk wel de vraag of alle adverteerders op deze peer recommendations zitten te wachten. Moeten de beoordelingen bijvoorbeeld gecensureerd worden? Of kunnen internetters advertenties zomaar afkraken?' Ook moet nog worden uitgezocht of de invloed op verschillende soorten producten hetzelfde is. `Waarschijnlijk werkt het met `schaamproducten' zoals condooms, duidelijk anders dan met advertenties voor een bankstel', denkt Adema.
Hij concludeert in zijn onderzoek ook dat de reputatie van de uitgever zelf direct invloed heeft op het beeld dat internetters hebben van een advertentie. `Banners die op een site met een goede reputatie staan, worden zelf ook als betrouwbaar ervaren. Dat klinkt logisch, maar dat is nu dus ook wetenschappelijk bewezen.' De student ziet diverse voordelen van zijn resultaten. `Uitgevers hebben een veel betere onderhandelingspositie wanneer ze kunnen aantonen dat hun reputatie positieve invloed heeft op de advertentie en het aantal keer dat erop wordt geklikt.'
Adema voerde zijn experimenten uit bij het bedrijf achter eBuddy (www.ebuddy.com), een applicatie waar gebruikers `webbased kunnen chatten'. Hij heeft genoten van zijn tijd bij de internetonderneming. `Ik werd overal bij betrokken en mocht ook nog eens drie maanden in San Francisco bivakkeren, bij een collega-bedrijf.' Hij is niet de enige UT'er die eBuddy wel ziet zitten. Momenteel zijn er bijna tien Twentenaren actief voor stage, afstuderen of werk.