De Universiteit van Amsterdam hoeft beurspromovendi geen arbeidsovereenkomst aan te bieden. Dat heeft de kantonrechter in de hoofdstad bepaald. Aan de meeste universiteiten is het stelsel onder druk van rechtszaken inmiddels afgeschaft.
De bursalen doen promotieonderzoek aan de universiteit en krijgen daarvoor een beurs van gemiddeld 3000 gulden bruto per maand. Assistenten in opleiding (aio's), die vrijwel hetzelfde werk doen, hebben daarentegen een arbeidsovereenkomst met een hoger inkomen. Bovendien hebben ze recht op ziektekostenvergoedingen, sociale verzekeringen of wachtgeld.
Dat is precies de reden waarom de universiteit het beurzenstelsel handhaaft. Vooral armlastige faculteiten als psychologie of gedragswetenschappen maken gebruik van de goedkopere bursalen.
Bursalen vinden dat onrechtvaardig, maar de rechter is dat niet met hen eens: het onderzoek van de beurspromovendi staat vooral in dienst van hun eigen ontwikkeling en is dus geen werk, meent de rechter.
Eerder spanden bursalen in Utrecht en Leiden al juridische procedures aan. In Utrecht trok de universiteit aan het kortste eind, in Leiden kregen de promovendi ongelijk. In alle zaken is hoger beroep aangetekend.
Aan de meeste universiteiten is het stelsel onder druk van rechtzaken inmiddels afgeschaft. Ook de UvA gaat het stelsel 'nog eens bekijken', maar beleidsmedewerker Klaas Deen wil niet zeggen of de universiteit aan afschaffing denkt. De UvA wil in ieder geval de beurzen enkele honderden guldens verhogen.