Liever onderzoeker dan uitvinder

| Redactie

Tegen wil en dank is hij wereldwijd bekend als 'de uitvinder van Bluetooth', de nieuwe standaard voor draadloos dataverkeer op korte afstand. Elke zichzelf respecterende wetenschapsjournalist weet hem inmiddels te vinden. Zelf praat Jaap Haartsen liever over de techniek achter de toepassingen, zijn eigenlijke werkterrein als expert wireless systems bij Ericsson en sinds kort als deeltijdhoogleraar mobiele radio communicatiesystemen aan de UT. En al die leuke toepassingen van zijn vinding? Die ziet hij te zijner tijd wel in de winkel liggen. Haartsen is al weer bezig met de volgende systemen.

Prof.dr.ir. Jaap Haartsen (37) studeerde in 1986 als elektrotechnicus af in Delft, waar hij vier jaar later promoveerde. Sinds 1990 werkt hij bij Ericsson, eerst in Amerika en Zweden, vervolgens in Enschede en vanaf 1999 bij Ericsson Radio Systems in Emmen. Vorig jaar juli volgde zijn benoeming als hoogleraar bij de faculteit Elektrotechniek van de UT.

De UT haalde daarmee een van de meest spraakmakende figuren binnen uit de wereld van de draadloze communicatie. Hij stond immers binnen Ericsson aan de wieg van 'Bluetooth', een manier om apparaten op korte afstand draadloos met elkaar te laten praten via een directe radioverbinding. Eigenlijk volgens het walkie-talkie principe dus, maar dan met chiptechnologie. Mobiele telefoons praten met laptops, organizers met pc's, en terminals met terminals, zonder tussenkomst van kabels of providers. Dat spreekt aan, en daarmee haal je de kranten.

Wordt u niet gaar van het geven van al die interviews?

'Daar krijg je inderdaad wel eens genoeg van. Het gaat dan altijd weer over Bluetooth, terwijl dat maar een onderdeeltje is van datgene waar ik bij Eriscsson en op de UT mee bezig ben. Bovendien ben ik zelf ook meer geïnteresseerd in de systeemkant van communicatietechnieken. Ik leg liever uit hoe het werkt dan dat ik iets vertel over toepassingen. Zodra ze naar toepassingen vragen wordt het vervelend. Maar in de publiciteit kom je juist met de toepassingen, want die staan het dichtst bij de gebruiker en de krantenlezer.

Bij Ericsson bent u uitvinder en op de UT onderzoeker?

'Op de UT doe ik inderdaad de meer fundamentele dingen. Ik zoek langs meerdere wegen naar oplossingen voor hetzelfde probleem. Dat doe ik bij Ericsson ook wel, maar Ericsson moet producten hebben. Dat betekent dat er in een eerder stadium beslissingen worden genomen over de dingen die we wel en niet verder onderzoeken. Hier op de UT kan ik mijn eigen onderzoekslijnen uitzetten en ben ik dus in dat opzicht nog meer eigen baas. Bovendien kan ik hier ook andere aspecten van telecommunicatie onderzoeken, door de kennis die er is binnen andere vakgroepen en faculteiten. Dat verbreedt mijn gezichtsveld weer. En ik werk hier met studenten, wat ik hartstikke leuk vind.'

Is het niet ontzettend frustrerend om bij een bedrijf als Ericsson alleen maar iets te mogen onderzoeken wat tot een product leidt?

'Dat is de realiteit van de research in het bedrijfsleven. Negen van de tien onderzoeksprojecten wordt weer afgekapt. Daar moet je tegen kunnen. Er zijn mensen die er knap gefrustreerd van raken, als ze na een hele periode van onderzoek te horen krijgen 'we stoppen met dit project.' Je voldoening moet je dan halen uit het feit dat je je toch intensief met die betreffende materie bezig hebt kunnen houden.'

De UT versterkt haar ICT-profiel met het binnenhalen van eem man als Haartsen. Hoe interessant is het voor Ericsson om een hoogleraar binnen haar poorten te hebben?

'Ericsson ondervindt aan den lijve dat er een enorm tekort is aan specialisten op ons vakgebied. Hier aan de UT leiden we de werknemers van de toekomst op en dat alleen al is interessant voor Ericsson. Verder merk ik dat het makkelijker is om contacten in de universitaire wereld - die ik toch al had - van binnenuit te onderhouden dan van buitenaf. Ook dat is een voordeel voor Ericsson.'

Was u eigenlijk wel blij met de onderscheiding Inventor of the year die Ericsson u in 1997 gaf? Alweer dat uitvindersimago ...

'Ik kreeg die prijs niet alleen voor mijn werk aan Bluetooth, waar ik toen drie jaar mee bezig was, maar voor mijn hele 'oeuvre'. Toen ik in 1990 bij Ericsson Amerika in dienst kwam, leerde ik eerst om patenten te schrijven: op een goeie manier je gedachten formuleren, zodanig dat het patenteerbaar wordt. Als een probleem nieuw is, is de oplossing namelijk ook nieuw, ook al is het soms een combinatie van bestaande oplossingen. Het gaat er dan net om hoe je tot die 'inventive step' komt, waardoor iets patenteerbaar wordt. Inmiddels heb ik er geloof ik honderd geschreven; althans het inhoudelijke gedeelte, de uitleg hoe iets werkt. De rest is iets voor juristen.'

Iemand die honderd patenten op zijn naam heeft staan is zeker al lang binnen?

'Ik ben in dienst van Ericsson, dus die patenten zijn van Ericsson. We hebben wel een bonussysteem voor patenten, maar elke keer als ik iets patenteerbaars heb, moet ik een handtekening zetten dat ik afstand doe van alle rechten en aanspraken. Heel soms denk ik weleens 'zal ik het deze keer eens niet doen....'. Aan de andere kant: het laten registreren en bewaken van een patent kost ook heel veel geld en tijd. De kosten lopen al gauw in de tienduizenden guldens.'

Er heeft zich een 'Special Interest Group' achter de Bluetooth-techniek geschaard. Behalve - uiteraard - Ericsson zitten daar ook giganten als Microsoft en IBM in. Hoe krijg je dat voor elkaar?

'Het lobbywerk wordt gedaan door onze programme managers. Ik kom pas in beeld als er technisch-inhoudelijk dingen besproken moeten worden. Dat doe je dan met de technische experts van dat soort bedrijven en die geven intern een bepaald advies af. Dat is wel een heel spannend traject, want er zijn natuurlijk ook altijd anderen in de race. Maar in 1998 zijn de contracten getekend en inmiddels hebben 2000 bedrijven zich gemeld als geïnteresseerde gebruikers van deze technologie in hun apparatuur.

Afstemming met de grootste spelers op de markt is in ons geval natuurlijk absoluut noodzakelijk. Want je kunt wel een techniek hebben die kabeltjes overbodig maakt, maar als je vervolgens met niemand kunt communiceren ben je nog niets opgeschoten. De toepassingsmogelijkheden staan of vallen met het afstemmen van de protocollen.'

Vikingkoning Blauwtand smeedde de wereld van de Denen en Noren aaneen en is nu peetvader van een nieuwe technologie. Welk marketingbureau heeft de naam Bluetooth bedacht?

'Dat was geen bureau, maar een medewerker van Intel, een van de eerste bedrijven die ons ondersteunde bij het verder ontwikkelen. Eerst was het alleen de titel van ons project, maar toen we er in 1999 de publiciteit mee ingingen hadden we geen alternatief en is het blijven hangen. En ik vind het geen gekke naam. Het heeft wel iets verrassends en spannends.'

Mogen we het toch nog even hebben over die vervelende toepassinkjes?

'Met de 'verborgen communicatie' tussen apparaten op korte afstand kun je zo ver gaan als je zelf wilt. Met een zendertje op zak, voorzien van een soort pin-code, kun je door alle apparaten in een ruimte herkend worden als degene die ze mag aansturen. Autosleutels bijvoorbeeld worden ook overbodig op die manier.

Maar mijn persoonlijke uitdaging ligt veel meer op het onderzoeksgebied van de 'self organising' systemen, waar ik op de UT aan werk: communicatiesystemen die zich aanpassen aan hun omgeving, ook qua frequentiegebruik en storingsinvloeden. Bij mobiele systemen, voor communicatie over grotere afstanden, doet een operator dat, maar Bluetooth communiceert op de korte afstand rechtstreeks, van terminal naar terminal bijvoorbeeld. Dat is een complementaire, maar heel andere techniek. Hoe maak je dat systeem robuust tegen interferentie, hoe bereik je daarin de beste kwaliteit. Dat is de toekomst, en daar ligt mijn interesse.'

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.