Mag je als student straks gewoon ChatGPT gebruiken?
Eberhardt: ‘Het beleid vertelt je niet wat wel en niet mag, het biedt docenten en onderzoekers handvatten en een kader. Leerdoelen verschillen per opleiding. Daarpast geen one-size-fits-all-beleid op. Voor vragen zoals deze hebben we een supportsysteem. Collega’s kunnen contact opnemen met de AI-office en met het Centre for Expertise in Learning & Teaching (CELT). Zij werken al een hele tijd aan verschillende vraagstukken. Veel van hun voorwerk konden we meenemen in dit beleid.’
Oolbekkink: ‘Veilig en verantwoord gebruik staat voorop. Bij ChatGPT bijvoorbeeld zijn er wel degelijk zorgen over waar data wordt opgeslagen. Privacy- of bedrijfsgevoelige zaken moet je hier ook niet zomaar inzetten. Jouw data kan worden gebruikt om het systeem weer te trainen, dat moeten studenten en collega’s zich realiseren.’
Wie bepaalt wat wel en niet mag?
Oolbekkink: ‘Er is niet één iemand die dat bepaalt. We zetten in op eigen verantwoordelijkheid, bewustwording en er goed over nadenken. Bijvoorbeeld bij het delen van privacy- of organisatiegevoelige gegevens. De kaders daarvoor liggen er nu. Tegelijkertijd moeten we als organisatie aan de slag met de AI-geletterdheid onder medewerkers. We werken aan een training.’
Eberhardt: ‘Vorig jaar kwam het CvB al met een statement over AI. De strekking was dat we het als onze verantwoordelijkheid zien om bij te dragen aan de ontwikkeling en het verantwoord gebruik van AI. We willen experimenten, maar er zijn ook risico’s en blinde vlekken, bijvoorbeeld op het gebied van digitale soevereiniteit, privacy en duurzaamheid.
Ontwikkelingen op AI-gebied raken ook een diepere laag van onze identiteit als universiteit, van onze studenten, onderzoekers en docenten. Dit beleid is een eerste stap. Onze gemeenschap moet gesprekken blijven voeren over de impact van AI op onze universiteit en het hoger onderwijs in het algemeen.’
Wanneer is iets nu wel of niet fraude?
Eberhardt: ‘Die vraag kun je niet generiek beantwoorden. We hebben als UT een kwaliteitszorgsysteem, de OER (onderwijs-en examenregeling), examencommissies die zich over casussen buigen. Collega’s met expertise en ontwikkelingen rondom AI worden betrokken in de doorontwikkeling van dit systeem.’
Wat gaat de UT van het nieuwe AI-beleid merken?
Eberhardt: ‘Ik denk dat het goed is om dit holistisch te benaderen. Dit beleid biedt nu kaders voor het gebruik van AI in onderwijs en onderzoek. Als technische universiteit met een sociaalwetenschappelijke faculteit hebben we gelukkig veel expertise in huis, op technisch, ethisch en bedrijfskundig gebied. Dit beleid is ontwikkeld met input vanuit faculteiten, instituten en diensten en ook besproken met onze partneruniversiteiten. Onze AI-office, de community die Digital Society Institute organiseert, de collega’s van CELT – we hebben al zo veel kunnen ophalen, maar we willen iedereen oproepen om mee te denken hoe we dit het beste verder kunnen vormgeven en implementeren.’
Hoe controleer je dit allemaal?
Eberhardt: ‘Dat is een lastige, inderdaad. Binnen onderwijs werken we via bestaande lijnen, op programmaniveau, met examencommissies, kijkende naar leerdoelen, werkvormen en toetsing. Aan de onderzoekskant zetten we de komende tijd vooral in op bewustzijn, het beleid is ook opgenomen in de R&I Charter die we eerder dit jaar introduceerden. Verantwoord onderzoek doen is breder dan AI natuurlijk. De Nederlandse gedragscode wetenschappelijke integriteit is recent vernieuwd en leidend hierin.’
Oolbekkink: ‘We kunnen niet op individueel niveau kijken wat iedereen doet. Het raakt allerlei aspecten van onze organisatie, dat maakt het zo complex – en we zijn afhankelijk van de basiskennis en integriteit van mensen zelf, dus toch weer die AI-geletterdheid die van belang is.’