Huizer ligt nog duidelijk niet op stoom in zijn UT-baan. Dit in tegenstelling tot zijn functie bij het Nederlands Omroepproduktie Bedrijf, waar hij - eveneens sinds vorig jaar zomer - directeur business development is. Begrotingen opstellen, interne verhuizingen, computerkabels aanleggen, declaraties aftekenen, academische politiek bedrijven: Huizer krijgt het bij de UT allemaal voor zijn kiezen. En dat gaat ten koste van datgene waar hij juist voor komt en wat hij het liefste doet: zijn brainpower inzetten.
'De logistieke en politieke zaken horen er natuurlijk wel een beetje bij, maar de tijd die je daarnaast voor onderwijs en onderzoek overhoudt zou je veel efficiënter kunnen besteden als je afstudeerders hebt die mee kunnen draaien in het onderzoekswerk.'
En die afstudeerders heeft Huizer nog niet. Behalve naar het opheffen van de onderbezetting van zijn vakgroep (deze zomer treedt er een nieuwe hoogleraar aan, een UD-vacature moet nog vervuld worden) ziet Huizer smachtend uit naar de eerste afstudeerder die zich meldt.
De prachtigste afstudeerprojecten liggen intussen volgens Huizer voor het oprapen, onder meer binnen de poorten van het NOB, dat Huizers Twentse professoraat volledig sponsort. 'Het NOB heeft sterk behoefte aan informatici die vanuit de researchkant internettoepassingen ontwikkelen voor de mediawereld. Met name op het gebied van video liggen er spectaculaire onderzoeksgebieden: interactieve video via breedband thuis op de buis bijvoorbeeld, video in mobiele toepassingen via umts, interactieve televisie, en ga zo maar door.'
De helft van de televisiekijkers zal geen gebruik maken van de nieuwe mogelijkheden, zo blijkt uit onderzoek, maar 25% van de kijkers zit wel degelijk te wachten op interactieve televisie, en nog eens 25% wil graag zelf zijn televisieavond kunnen samenstellen, door zowel de programma's als de aanvangstijdstippen zelf te kiezen.
Toepassingen
Huizer: 'Er zijn legio toepassingen denkbaar. Bijvoorbeeld: je leest op teletekst, een bericht over een aanslag in Israel en klikt vervolgens door naar de bijbehorende beelden van die gebeurtenis. Of je kijkt naar een show met Linda de Mol, wilt weten wie haar jurk ontworpen heeft, klik erop en je krijgt alle informatie die daarover beschikbaar is, plus een bestelmogelijkheid voor een eigen exemplaar, in de aan te geven kleur en maat. Hetzelfde kan natuurlijk met een auto of een ander artikel.'
Zorgen de vluchtige omroepsfeer, de low-tech associaties met video en het volkse internet misschien voor een imagoprobleem van zijn vakgebied onder studenten?
'Het zou mij zwaar tegenvallen als studenten daar niet doorheen kunnen kijken. De mogelijkheden om al die nieuwe toepassingen bij het publiek te krijgen, kunnen alleen uit de informaticadiscipline komen. De technologische oplossingen moeten wel degelijk door een researcher bedacht worden, en niet door een ondernemer, want die denkt niet genoeg door. Met als gevolg dat je later altijd voor problemen komt te staan als het gaat om standaardisatie, protcollen, etcetera.'
Huizer staat niet alleen met één been in de praktijk bij de NOB, maar verloochent ook op de UT zijn toepassingsgerichtheid niet.
'Research vind ik wel mooi en aardig, maar als er niet een directe toepassing in het verschiet ligt boeit het mij niet zo. Als je het over internet hebt, dan ligt er nu eenmaal een hele korte cyclus tussen ontwikkeling en toepassing. De markt vraagt er ook om, om dat gat zo snel mogelijk op te vullen. Ik ben daar heel praktisch in. Als je bedrijven en universiteiten via afstudeerders aan elkaar kunt koppelen, en er rolt voor dat bedrijf nog een produkt uit ook, dan is dat toch prima? Dat past perfect bij een ondernemende universiteit.'
Die ondernemendheid bevalt hem wel op de UT. Alleen zou die wat meer met daden en niet alleen met woorden beleden moeten worden. Een voorbeeld. Internet is volgens Huizer inmiddels een niet meer weg te denken onderdeel van telematica, met een enorme impact op de maatschappij en de manier waarop de wereld communiceert. 'Als je je als universiteit wilt profileren als telematica-universiteit, moet je dat ook met overgave en op alle fronten doen. Internet hoort daarin dan een belangrijke plaats in te nemen. Er wordt op de UT wel een goede context geschapen met wireless pilots en zo, maar het ontbreekt aan de uitwerking.'
Geld
Huizer doelt dan bijvoorbeeld op de, volgens hem, onduidelijke positie van het Centrum voor Telematica en Informatietechnologie. 'Als het CTIT het gezicht van de UT is, waarmee je je naar het bedrijfsleven als telematica-universiteit wilt profileren, doe dat dan ook. Gebruik het niet alleen als PR-instrument, maar stuur daar geld en goede mensen naar toe en hou dat ook zo.'
Het curriculum van de telematica-opleiding zou behoorlijk op de schop moeten, want het internet-gehalte van de opleiding is nu veel te laag, vindt Huizer.
'We hebben daar ook een nota over geschreven, waar we de handen wel voor op elkaar kregen. Maar nu moet het nog bestuurlijk ingebed worden en daar lijkt de werkelijke wil te ontbreken om met internet en telematica echt aan de weg te timmeren. Net als bij de onduidelijkheid rond het CTIT mis ik hierin de bezieling heel erg.'
Soms is hij wel eens te ongeduldig, vindt Huizer zelf: 'Maar wat sommige mensen snel vinden, duurt in internettermen eeuwen. En die tijd heb ik niet.'
Het gesprek in Hilversum vindt plaats vlak voor zijn vertrek naar Amerika, waar Huizer zich een week lang, als voorzitter van de Internet Research Task Force, gaat bezighouden met de coördinatie van het wereldwijde internetonderzoek. Op grond van de ideeën die daar door vertegenwoordigers van laboratoriaen universiteiten worden aangedragen, worden onder andere de wissels gezet voor standaardisaties en onderzoeksstrategieën op het gebied van internet.
Huizer is dus een machtig man als het gaat om de koers van het mondiale internetonderzoek?
'Ik kan niet in mijn eentje beslissingen nemen; het is heel democratisch georganiseerd. Maar het is wel een positie van aanzienlijke invloed, ja.'