Hydroloog Booij: ‘Droogte is de nieuwe werkelijkheid’

| Martin ter Denge

Dat het droog is in Nederland is goed te zien op de UT. De anders zo groene campus staat er hier en daar verdord en verlept bij. Universitair hoofddocent hydrologie Martijn Booij beschrijft welke rol de UT speelt in regionaal en grensoverschrijdend waterbeleid.

Op verschillende plekken op de campus is goed te zien (en te ruiken) hoe laag het water staat.

Vanuit zijn kantoor kijkt Booij uit op het lichtbruine grasveld en de koelvijver voor de Horst. ‘Waarom maaien ze het gras zo kort met zulke droogte?’, vraagt hij zich hardop af. Zicht op het groenbeleid van de UT heeft hij niet, geeft hij toe. Des te meer op wat er nodig is om te zorgen dat Twente niet helemaal droog komt te staan. ‘Het is duidelijk dat we steeds meer pieken krijgen; extreem droge zomers, natte najaren en winters. Het ene moment te weinig, het andere moment te veel. Om dat op te vangen moeten we ons als samenleving voorbereiden.’

Hydrologie

Watermanagement is binnen de UT verankerd binnen de opleiding Civiele Techniek aan de faculteit ET. De bachelor zorgt voor brede kennis van watermanagement, de master richt zich op hydrologische modellering. Als universitair hoofddocent verdeelt Booij zijn tijd tussen onderwijs en hydrologisch onderzoek. ‘Hydrologie houdt zich bezig met de waterkringloop, van verdamping tot neerslag en waterstromen terug naar zee. Ik richt me vooral op het gedeelte aan land, de stroomgebieden van rivieren en hoe die zorgen voor wateropvang en verspreiding.’

Vanuit zijn vakgebied geeft Booij geregeld advies voor beleid bij onder andere Waterschap Vechtstromen en Rijkswaterstaat. Daarin is wel het een en ander veranderd. ‘Eerder onderzochten we vooral watervoorzieningen in andere landen ver weg, maar door deze situatie komt het steeds dichterbij.’

Daarnaast trekt hij op met de faculteit BMS voor de bestuurskundige kant van watermanagement en met ITC voor de satellietgegevens.

Ook vindt Booij het bitterzoet dat eerdere voorspellingen en inschattingen nu onder de neus van heel Nederland te zien zijn. ‘Uit onderzoek van een UT-promovendus bleek vijftien jaar geleden al dat door klimaatveranderingen smeltwater in de Rijn eerder weg is en dan tot extreem en langdurig laagwater kan leiden. De werkelijkheid haalt de klimaatscenario’s in.’

Grensoverschrijdend

Naast het lokale waterschap en het Grensoverschrijdend Platform voor Regionaal Waterbeheer (GRW) in Gildehaus doet onder andere de regering van de Duitse deelstaat Nedersaksen een beroep op de UT. De universiteit is daarvoor als kennispartner betrokken bij het grensoverschrijdende DIWA-project, dat zich bezighoudt met droogte in onder andere de stroomgebieden van de Vecht, Oude IJssel en de Berkel.

Twee UT-promovendi, waarvan Booij er één begeleidt, werken aan onderzoek in de grensregio dat direct invloed heeft op het interregionale waterbeleid. De eerste onderzoekt hoe klimaatverandering de droogte en waterstanden concreet beïnvloedt in het hele grensgebied, inclusief de regio Twente. De andere onderzoekt droogtebestendigheid en veerkracht vanuit bestuurlijke en maatschappelijke hoek. Daaruit vloeit advies voort en hoe Nederland en Duitsland beter kunnen samenwerken en data delen.

‘Een paar dingen die wij hier normaal vinden is in Duitsland innovatief. Bijvoorbeeld onze zogenoemde verdringingsreeks. In Nederland hebben we een hiërarchie opgesteld om te bepalen wie de grootste waterbehoefte heeft en wie dan prio krijgt bij droogte. Als eerste zijn dat onze dijken en de natuur. Daarna de energie- en drinkwatervoorziening en dan bijvoorbeeld kastuinders en landbouw.’

Jarenlang was het Nederlands beleid om overtollig water zo snel mogelijk naar zee door te sluizen. ‘Daarvoor werd een netwerk van diepe sloten aangelegd dat landbouwgrond zo snel mogelijk droog moet leggen. Logisch, want als het te drassig is, kun je er met grote landbouwmachines niet op. Nu zomers steeds schraler worden komt de voedselproductie in gevaar, dus moeten we dat misschien herzien. Of mensen moeten bewustere keuzes gaan maken.’

Artikel gaat door onder de afbeelding.

Spijkerbroek

Sowieso vindt Booij dat de maatschappij bewuster met water om moet gaan. ‘De gemiddelde waterconsumptie in Nederland is ongeveer 120 liter per persoon per dag. Daaronder valt onder meer het voor de hand liggende werk als douchen en de wc doorspoelen. Maar,’ hij wijst ondertussen naar zijn broek, ‘weet je hoeveel water nodig is om een spijkerbroek te produceren?  Meestal gebeurt dat in landen waar water sowieso al schaars is. Deze indirecte waterconsumptie komt nog eens bovenop die 120 liter, onderzocht de UT. Vroeger voerde Nederland al campagne met ‘wees wijs met water’. Die kan zo in de herhaling.’

Een mogelijke oplossing die de extremen wat nivelleert is volgens Booij zorgen dat het water minder snel wegstroomt, door het waterpeil in de sloten in het voorjaar langer hoog te houden. Daar zullen boeren dan ook wat van merken. ‘Die kunnen dan met minder zwaar materieel op hun land. Dat vraagt om alternatieve manieren van landbouw bedrijven.’ 

Een andere mogelijkheid is water uit het IJsselmeer gebruiken. ‘De afsluitdijk was aangelegd om overstromingen tegen te gaan en nieuwe landbouwgrond te creëren. Tegenwoordig is de functie bijkans omgedraaid: Het IJsselmeer kan dienstdoen als waterberging en aanvulling in tijden van schaarste.’

Ook verwijst hij naar de hoeveelheid water die nodig is om intensieve veeteelt te onderhouden. ‘Vee moet drinken, maar het eten voor de dieren moet ook verbouwd en dus geïrrigeerd worden, bijvoorbeeld.’ Vlees eten verbieden, zover wil hij niet gaan. ‘Maar je kunt mensen bewuster leren omgaan met hun eten en vooral ook wat ze eten.’

Daarnaast noemt hij Belgisch bouwbeleid als goed voorbeeld: ‘Daar zijn inwoners verplicht om zelf een bepaald volume aan water op te vangen op hun grond, afhankelijk van hun dakoppervlak, zodat je voor je dagelijkse waterbehoeften minder van het net vraagt.’

Nieuwe werkelijkheid

Hoewel hij zich zorgen maakt over het klimaat en de aanhoudende droogte, ziet hij geen reden tot paniek. ‘Het is een nieuwe werkelijkheid. Daar moeten we ons naar schikken en veerkrachtig zijn.’ De UT zou hij alvast aanraden het gras iets minder kort af te maaien. ‘Dan houdt het meer vocht vast.’

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.