Studiefonds Kipaji viert tienjarig bestaan

| Martin ter Denge

Ondersteuningsfonds Kipaji, bedoeld voor masterstudenten uit ontwikkelingslanden, bestaat tien jaar. Daarom organiseert het Universiteitsfonds vandaag een lunch voor alle (oud-)deelnemers in U Parkhotel. Fondsenwerver Josine Meerburg en voormalig beurshouder Zakir Farahmand over het schenken en ontvangen.

Photo by: Gijs van Ouwerkerk
Zakir Farahmand (rechts) tijdens de overhandiging van zijn Kipaji-donatie.

Volgens Meerburg kwam het idee voor het fonds in 2016 van een paar UT-alumni en relaties. Ze hadden bij de Rijksuniversiteit van Groningen een soortgelijk initiatief gezien. ‘Ze wilden geld bij elkaar leggen waarmee masterstudenten uit ontwikkelingslanden aan de UT kunnen studeren. Met de opgedane kennis kunnen ze dan na het afronden van de opleiding iets voor de opbouw van hun land betekenen.’

Meerburg wijst erop dat voor niet-EU-studenten de kosten voor studeren in Europa kunnen oplopen tot 24 duizend euro, met inbegrip van collegegeld, onderdak en levensonderhoud. Volgens haar is dat voor velen een onhaalbaar hoog bedrag. ‘In de praktijk zie je dat de UT soms de helft daarvan betaalt via een UTS-beurs, maar dan nog is twaalfduizend behoorlijk pittig. Kipaji draagt die tweede helft bij.’ De filosofie ligt besloten in de betekenis van de naam; het woord Kipaji komt uit het Swahili en betekent zowel geschenk als talent.

Openbaar vervoer van Kaboel

Inmiddels zijn er twaalf afgestudeerden dankzij deze beurs, geeft Meerburg aan. Saillant detail: de meesten wonen nog steeds in Nederland. Eén daarvan is Zakir Farahmand (34) uit Afghanistan. ‘Ik kwam hiernaartoe als gemeentebeambte van Kaboel om een master in transport te halen. Dit met het idee om iets te verbeteren aan het busnetwerk van Kaboel.’

Maar dat liep anders. Terwijl Farahmand ervan droomde om het openbaar vervoer van zijn stad te moderniseren, nam de Taliban het land in en draaide allerlei vernieuwingen terug. Daarom kan Farahmand niet ‘naar huis’, omdat hij niet weet hoe hij als verwesterde academicus wordt ontvangen. ‘Mijn broer is onlangs nog zonder opgaaf van reden opgepakt.’

Genaturaliseerd

De jonge onderzoeker zegt dat het fonds hem heeft geholpen de volgende stap in zijn carrière te maken. Hij werkt inmiddels in dienst van de UT als promovendus binnen de vakgroep Transportplanning bij de faculteit ET. Met zijn inkomen ondersteunt hij zijn familie zo goed als hij kan. Zijn zussen studeren dankzij hem in Iran aan een universiteit. Zijn ouders wonen nog steeds in Afghanistan. ‘Ik heb ze al acht jaar niet gezien.’

Het leidde ertoe dat hij zijn visie voor een verbeterd ov in Kaboel moest parkeren. Inmiddels is Farahmand genaturaliseerd tot Nederlander. ‘Ik weet niet hoelang de situatie in Afghanistan nog blijft duren. Tot die tijd moet ik in Nederland door.’

Bushaltes

Hoewel hij hier naar eigen zeggen gelukkig is, wil hij uiteindelijk toch wel graag weer terug. ‘Ik heb het hier goed, maar het is niet waar ik voor kwam. Dat wat ik hier zie, hoe de systemen werken, dat wil ik ook voor mijn mensen mogelijk maken. En ik mis mijn familie. Laten we zeggen dat het doel waarvoor ik kwam een wens is geworden.’

Als het er ooit van komt, dan staan er in Kaboel nog vijfhonderd bushaltes die hij hielp ontwerpen op hem te wachten.

Vandaag is hij in ieder geval bij de lunch in het U Parkhotel, waarbij alle deelnemers en donateurs samenkomen om verhalen en ervaringen te delen.

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.