Ze is de eerste die naar het buitenland gaat. Femke Oomen, één van de TCW-studentes die dit jaar een oefenminor doet. Haar 'paradigmashift' hoopt ze te verkrijgen bij de faculteit T&M, waar ze bij de voormalige vakgroep ontwikkelingskunde de minor internationaal management volgt.
Die minor bestaat uit een bedrijfskundige opdracht in een niet-westers land, tien punten groot. En, ter ondersteuning, een met zorg samengestelde mix van theorievakken, samen met elf punten. Oomen verdiepte zich in internationaal ondernemerschap, beraadde zich op cultuurverschillen, reflecteerde op haar eigen uitgangspositie.
Een ferme 21-puntsminor dus, zij het een pilot. De UT besloot ruim een jaar geleden om EL- en TCW-studenten alvast te laten beginnen met major-minor. Maar intussen heeft bachelor-master de plannen danig overhoop gegooid. Bij- en hoofdvak moeten nu in de driejarige bachelor worden geperst. Het gevolg is bekend: de minors gaan terug naar 14 studiepunten.
En daarmee houdt het buitenlandse avontuur op, volgens dr. ir. Sirp de Boer, coördinator van de minor. 'Veel te krap', vindt de TDG-man. 'In het theoriegedeelte zou je eventueel wat kunnen snijden, maar die buitenlandse opdracht mag absoluut niet kleiner worden. Dan wordt het een vakantie.'
Volgens De Boer leert de ervaring dat kwaliteit in dit soort gevallen tijd vergt. 'Om zo'n opdrachtgever iets goed te kunnen bieden, mag een student niet op hete kolen zitten. Hij moet iets op poten zetten in een wezensvreemde omgeving. Daar horen, behalve een goede voorbereiding, vier maanden verblijf op locatie bij.'
Dus Femke Oomen en haar collegastudenten zijn meteen de laatsten? 'Waarschijnlijk wel', zegt De Boer. 'Heel jammer hoor.' Dat zullen toekomstige studenten ook vinden. De pilot wijst uit dat internationaal management veruit de populairste minor is. Van de 67 proefstudenten kozen er 18 voor het TDG-bijvak.
![]()
Femke Oomen