De serie Techniek in Nederland in de Twintigste Eeuw is geen saaie opsomming van wat er in de techniek allemaal bereikt is. Schot: 'Het project laat de maatschappelijke inbedding van het gebruik van de techniek zien. We laten zien hoe de techniek in het dagelijks leven wordt toegepast, de plek waar de techniek wordt toegepast is ook belangrijk. Interactie tussen ingenieurs en
gebruikers leidt tot nieuwe oplossingen.' Niet voor niets heet een cluster in deel IV, dat binnenkort naar de producent gaat, huishouden en heeft een cluster in deel I de naam kantoor en informatietechnologie.
'Er was in 1995 aan de TU Eindhoven net een studie over de techniek in de negentiende eeuw afgerond,' vertelt Schot. 'Dat project was in de jaren tachtig begonnen en resulteerde in zes delen wetenschappelijk werk. Ik zat in de redactie en gaandeweg ontstond er een discussie over de techniek in de twintigste eeuw. Dit werd uiteindelijk een gezamenlijk initiatief van Twente en Eindhoven. Nu is TIN20 een breed onderzoeksprogramma dat wordt gedragen door veel universiteiten die goed samenwerken. De voorbereiding vond plaats in 1994, 1995 en 1996. Er is een heel netwerk opgebouwd en een goede managementstructuur uit de grond gestampt. De groep van zeventig mensen bestaat uit vaste wetenschappelijke staf, aio's en postdocs.'
'De kern is vrij klein,' vult Rip aan. 'Onze redactiesecretaris, Adri Albert de la Bruhèze, is degene die er voor zorgt dat de uitgebreide organisatie goed blijft functioneren. De structuur is niet hiërarchisch, waardoor we op sponsors als een eenheid overkomen. Onder de onderzoekers is er een duidelijke betrokkenheid bij het project.'
Naijleffecten
TIN20 heeft niet alleen de serie van zeven boeken als product, maar daarnaast een hele reeks wetenschappelijke publicaties. Nadat eenbepaald onderdeel is afgesloten, zullen er nog publicaties volgen. 'In deel I staat de cluster Waterstaat,' geeft Rip als voorbeeld. 'Hier zit natuurlijk een heel onderzoek achter en onder. De resultaten van dit onderzoek verschijnen nu in de wetenschappelijke tijdschriften. De eindevaluatie van het NWO vindt pas drie jaar na afloop plaats.' 'Er zullen nog lange tijd naijleffecten te meten zijn,' zegt Schot. 'Door TIN20 vinden er veranderingen in het onderwijs plaats, zowel op de universiteit als bij het middelbaar onderwijs. Bij het vaststellen van de nieuwe bachelorstudie speelt TIN20 een rol. Bij het middelbaar onderwijs komen er lesmodulen voor algemene natuurwetenschap (ANW). Verder zijn er zijn nationale en internationale netwerken gevormd. Wij hebben een 'state of the art' neergezet, er zal nieuw onderzoek komen dat gebaseerd is op TIN20. Er komt zelfs een Europees project. Het sociaal-economische en politieke verhaal over de Europese Unie is bekend, maar nu heeft de European Science Foundation een aanvraag voor het technologische verhaal gehonoreerd.'
NWO positief
Een project als TIN20 kost veel geld. 'De industrie, de banken en instellingen als de stichting WeTeN leggen samen 5,7 miljoen op tafel. NWO doet daar nog eens 4 miljoen bij,' aldus Schot. 'Dit is de helft van het geld, de universiteiten betalen de andere helft. Dit zijn voor een deel gekapitaliseerde uren, maar de UT stelt ook vrij geld te beschikking.' De universiteiten die meedoen zijn behalve de UT, de universiteiten van Amsterdam, Maastricht, Groningen, Delft, Eindhoven en de Vrije Universiteit. Naast uitgaven zijn er inkomsten uit de verkoop van het boek.
Geldschieter NWO heeft het project in het najaar van 2000 geëvalueerd en de bevindingen waren overwegend positief. In het evaluatierapport staat te lezen: 'Het programma is innoverend, zowel inhoudelijk als in de wijze waarin het de techniekgeschiedenis onder de aandacht van het bredere publiek brengt. Ook heeft de commissie veel lof voor het organisatietalent van de programmaleiding: een dermate grootschalig programma, met zoveel betrokken onderzoekers en financiers, stelt daaraan hoge eisen. Waar het gaat om de wetenschappelijke output voldoet het programma naar de mening van de evaluatiecommissie zowel kwalitatief als kwantitatief goed.'
Schot: 'Het betrof een tussenevaluatie. Het eindoordeel komt pas in 2003, na afloop van het project. NWO heeft apart geëvalueerd wat er met hun subsidie is gebeurd, maar dat valt niet los te zien van het hele programma. Voor de evaluatie van het NWO hebben we eerst een zelfevaluatie moeten doen. Hieruit kwam dat de culturele kanten meer aandacht moeten krijgen. Uit de evaluatie van de NWO kwam hetzelfde, dus dat was voor ons geen verrassing.'
Opvallend in het NWO-rapport is de verschuiving van Nederlandse naar Engelse titels. Rip: 'Wij halen Amerikaanse technologisch historici hierin. In de Verenigde Staten is veel belangstelling, daar bestaat geen project zoals dit.' Schot: 'Ook Europees krijgen wij veel weerklank.'
Unieke prestatie
Opvallend aan de serie is de leesbaarheid: ook niet-wetenschappers kunnen de boeken met gemak en plezier lezen. 'We hebben een wetenschappelijk werk gemaakt, dat bovendien zo is geschreven dat het toegankelijk is voor een breder publiek,' bevestigt Schot. 'De eindredactie zorgt ervoor dat er geen jargon in de boeken voorkomt.' Rip: 'TIN20 volgt het gewone reviewproces. Er zijn interne reviews en reviews van technische lezers van buiten het project. De kernredactie is verantwoordelijk voor een doorlopende, consistente betooglijn.'
Tot slot de vraag waarom beide professoren zo enthousiast zijn over dit project. Schot: 'Het is een unieke wetenschappelijke prestatie. Het project illustreert het grote maatschappelijke belang van de techniek.' Rip: 'Het is een fascinerend onderzoek.'
Noot: Uitgever van de serie Techniek in Nederland in de twintigste eeuw is Uitgeversmaatschappij Walburg Pers in Zutphen, telefoon 0575-510 522. De boeken kosten f 89,50 per deel; wie de hele serie koopt, krijgt f20 korting per deel.
In Kader:
De complete serie Techniek in Nederland in de twintigste eeuw:
I:Techniek in ontwikkeling
Waterstaat
Kantoor en informatietechnologie
IIDelfstoffen
Energie
Chemie
IIILandbouw
Voeding
IVTransport
Communicatie
VHuishouden
Medische techniek
VIStad
Bouw
Industriële productie
VIITechniek en modernisering
Balans van de twintigste eeuw
![]()
Arie Rip zit samen met UT-collega Johan Schot in de hoofdredactie van TIN20.