'Actieve overstap' prima, maar dat is het dan

| Redactie

De Saxion Hogeschool en de UT zijn het eens over de manier waarop hun studenten beter van de ene naar de andere instelling kunnen doorstromen. De aanbevelingen die een projectgroep vorige week woensdag tijdens een symposium presenteerde zijn welwillend omarmd. Alleen hoe de samenwerking verder vorm moet krijgen, daarover bestaat een pittig meningsverschil, zo bleek uit het slotdebat met de bestuurders.

Drie jaar werkte de projectgroep 'Versterking wederzijdse doorstroming' aan manieren om aankomende en eerstejaars studenten 'zo vroeg mogelijk op de juiste plek' te krijgen. Zo werd een 'flexibele propedeuse' voor hbo'ers ontwikkeld. Door in het eerste hbo-trimester een of meer studieonderdelen op UT-niveau te volgen, kunnen deze eerstejaars voor kerst alsnog naar de UT overstappen, of hun extra inspanningen in hogeschool-studiepunten laten uitbetalen.

Ook op andere momenten wordt een 'actieve overstap' makkelijker, onder meer door de uitwisseling van gegevens over die overstappers tussen hogeschool en UT. En voordat de student binnen de poorten is, kan hij zelf al bepalen waar hij het best op zijn plaats is, dankzij de 'intakebrochure' voor vwo-scholieren, die de projectgroep ontwikkelde.

Projectleider Peter Weusthof (Dinkel Instituut) constateert weliswaar draagvlak voor de aanbevelingen en pilotprojecten van zijn werkgroep, maar voor een invoering op brede schaal is volgens hem nog wel wat daadkracht nodig. Een bestuurlijk kader, steviger dan de bestaande intentieverklaring tussen hogeschool en UT, bijvoorbeeld.

Maar daar denken de twee instellingen heel verschillend over, zo bleek tijdens de afsluitende discussie. Hogeschoolbestuurder mr.drs. C. Boom toonde zich warm voorstander van verregaande samenwerking met de UT, waarbij een fusie zeker niet uitgesloten is. Namens de UT hield collegelid Huib de Jong vervolgens de boot flink af, door te pleiten voor een bottom-up benadering: eerst projectmatig samenwerken en dan evalueren. 'Een samengaan van onze instellingen in de toekomst sluit ik niet uit, maar primair gaat het er nu om aan welke vormen van onderwijs ons land en onze regio behoefte hebben. En hoe je dat onderwijs dan organiseert is een ander verhaal, en daarin verschillend wij van mening.'

Boom probeerde zijn argumenten kracht bij te zetten door te wijzen op de fusie van de Zwolse Hogeschool Windesheim met de VU. 'Dat is een regelrechte bedreiging voor onze instellingen. In Zwolle gaan wetenschappelijke instituten ontstaan, misschien wel een academisch ziekenhuis. Samenwerking tussen UT en hogeschool is dan wel goed bedoeld, maar tegelijk ook heel dun. Je moet ook verder kunnen komen. Wij zullen gezamenlijk een moment moeten bepalen, waarop we beslissen hoe we bestuurlijk met elkaar verder gaan.'

Dat de liefde van hogescholen voor universiteiten sterker is dan omgekeerd, werd tijdens dezelfde sessie bovendien wetenschappelijk onderbouwd door CHEPS-onderzoekster Marijk van der Wende. Zo verwacht 74% van het hbo dat hbo en wo gezamenlijk opleidingen op masters-niveau zullen gaan aanbieden, terwijl slechts 29% van de universiteiten daarin gelooft. Bovendien denkt 87% van het hbo meer masters-opleidingen te gaan ontwikkelen, terwijl 85% van de universiteiten aangeeft geen opleidingen met een hbo-profiel te willen maken.

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.