Een boer vinden wij geen ver van ons bedshow, zeker niet. Onze collega is een boerendochter, bijvoorbeeld. Gelukkig doet de familie in aardappelen.
Toch kwam mond- en klauwzeer vandaag ineens heel dichtbij. Een geval van ernstige verdenking in de kennissenkring.
Vanochtend fietsten wij naar de baas, uiteraard gewoon bijna op tijd. Dus verwachtten wij ze, onze trouwe tegenligger(s): de Man met de Hond.
De horizon bleef leeg. Viermarkenweg, horstlindenlaan, niets.
We zijn niet snel bezorgd. 'Misschien zijn de jongens een dagje naar de duinen', fluisterden we. 'Misschien doen ze mee aan een huisdierenshow.'
Kan. Maar dit zijn tijden van brandstapels en draadloze veeziektes. En dan begint het te malen.
Je fluistert het mildste scenario, nu op hennystoeltoon. 'Misschien hebben de autoriteiten besloten om de 4658ste editie van de ochtendwandeling af te gelasten, dit in verband met mogelijke verspreiding van mond- en klauwzeer.'
Dan is het tijd voor de nachtmerrie. We zien een man in een wit pak. Hij koerst met een indoorhijskraantje af op een mand met daarin een hond met omzwachtelde pootjes. 'Stil maar Hondjelief', zegt de Man met de Hond, 'het is je baasje maar.' Zijn stem klinkt omfloerst. De Hond kwispelt als een boer met kiespijn. 'Woef?', blaft hij met zere bek. De Man met de Hond zet, nu in tranen, zijn indoorhijskraantje in werking...
'1 april!', horen we ineens. Achter een bosschage vandaan springen onze bengels te voorschijn! De Man heeft het niet meer. 'Hihi', blaft de Hond, 'Jij dacht zeker dat we een dagje naar de duinen waren hè! Haha! 1 april!'
Doorverbinden
'Hij heeft vandaag z'n locodecaandag', zegt de secretaresse die telefonisch in gesprek is. Met ons dan. Z'n locodecaandag. Da's een term die je alleen maar op de UT tegenkomt. Net als: interimdecaandag. Of waarnemenddecaandag. Of tripeldecaandag. Of: 'ik verbind u even door naar de portacabins.'
Straks wordt het nog erger. Dat doorverbinden. U kent het nieuwe masterplan? Geclusterde faculteiten die door een netwerk van loopbruggen worden verbonden? 'Nee, hij is van z'n plek. O wacht, ik zie hem lopen op de loopbrug. Volgens mij slaat-ie af naar El. Kunt u daarheen bellen?'
Nog erger. Probeer de faculteit TW maar eens te bereiken straks. 'Nee die zit hier niet meer. Nee allang niet meer. Tijdelijk verhuisd. U weet wel, naar de woonwagens. Ze moesten plaats maken voor een andere faculteit. En Hal V, hun eindbehuizing was nog niet verbouwd. Eerst protesteerde het personeel nog. Ze waren tegen het rondje om de campus. Maar goed, ik verbind u even door met de secretaresse van de portacabins.'
'Hallo? U zoekt iemand van TW. Nee, die zijn even van hun plek. Ja, u bent aan het juiste adres, ze zijn hier inderdaad gelogeerd. In de aap ja. Zeg dat wel. Maar binnenkort vertrekken ze weer. Naar Hal V zegt u? Nee nee, was dat maar waar. Hal V is nog lang niet klaar. En in de woonwagens kunnen ze niet blijven. Daar moeten psychologiestudenten in. Ja, woningnood hè, door al die nieuwe opleidingen. Dus verhuist TW eerst naar een tentenkamp en dan naar Hal V. Vervelend? Ach, we zeggen maar zo: bij een tripeldecaan hoort een tripelverhuizing. Toch?'