'Universiteit moet af van sollicitatieprocedures'

| Redactie

Nederlandse universiteiten tellen ontstellend weinig vrouwelijke hoogleraren, de UT de minste van allemaal. Wat doen we fout? Barbara van Balen promoveerde aan de UvA op het antwoord. 'Universiteiten moeten af van sollicitatieprocedures.' Jarenlang was dr. Barbara van Balen emancipatiemedewerkster aan de Universiteit van Amsterdam, met als hoofdtaak het laten instromen van meer vrouwelijke wetensc

Nederlandse universiteiten tellen ontstellend weinig vrouwelijke hoogleraren, de UT de minste van allemaal. Wat doen we fout? Barbara van Balen promoveerde aan de UvA op het antwoord. 'Universiteiten moeten af van sollicitatieprocedures.'

Jarenlang was dr. Barbara van Balen emancipatiemedewerkster aan de Universiteit van Amsterdam, met als hoofdtaak het laten instromen van meer vrouwelijke wetenschappers. Ze maakte beleid tot ze erbij neerviel, maar bevredigende resultaten leverde dat niet op.

Hoe kan dat? Van Balen - inmiddels directeur van Pyloon, een bijscholingsbedrijf voor bedrijven, instellingen en scholen - besloot op onderzoek uit te gaan. Maar dan grondig. Ze wijdde een proefschrift aan de vraag waarom er in Nederland zo weinig vrouwen doordringen tot de academische top.

Geen luxe, zo'n studie, want de cijfers zijn bedroevend. Vijf procent van alle professoren en universitaire hoofddocenten in Nederland is vrouw. Schamel in absolute zin, relatief al helemaal. Vrijwel alle landen doen het beter. In de VS scoren vrouwelijke wetenschappers 14 procent, in Noorwegen twintig. In hoofddoekjesland Turkije zelfs 25 procent.

Maar ook binnen Nederland doet het hoger onderwijs het in emancipatorisch opzicht slecht. Andere overheidssectoren zijn bezig aan een gestage inhaalslag. Een op de vijf Nederlandse rechters is vrouw, hetzelfde geldt ruwweg voor de burgemeesters. Vijftig dames bezetten een Tweede-Kamerzetel.

Een dor landschap dus, dat hoger onderwijs. En helaas vormt de Universiteit Twente alles behalve een vrouwelijke oase. De UT scoorde tijdenlang afgerond nul procent onder UHD's en professoren. Het afgelopen jaar trok het ietsje aan: volgens de laatste staatjes schommelt het aandeel rond de 2 procent.

Daartegenover staat dat de enige vrouw in de (zijdelingse) bestuurlijke UT-top, raad van toezichtslid José van Eijndhoven, haar functie neerlegt voor het CvB-voorzitterschap van de Erasmusuniversiteit. In Rotterdam kunnen ze het dus wel. De UT kan ondertussen bogen op het grootste bestuurlijke orgaan van academisch Nederland: een vijfkoppig CvB. Maar zonder vrouwen.

Statusladder

Hoe dát kan, daar geeft Van Balen in haar proefschrift geen antwoord op. Ze beperkte zich tot wetenschappers. Van Balen vergeleek de UvA, haar thuisbasis, met twee buitenlandse instituten waar wel veel vrouwen professor zijn. Ze koos voor universiteiten in New Jersey en Oslo. 'Nederland, Noorwegen en de VS kennen enigszins gelijkwaardige onderwijssystemen', zegt ze. 'Dus wilde ik weten waar het bij ons is misgegaan.'

Als verklaring vond ze een complex van factoren. Boven de kluwen steekt één oorzaak uit: mannen kiezen mannen. 'Bij alle drie de universiteiten zie je een sociale sluiting', zegt ze. 'Dat is een psychologische wetmatigheid. Mensen omringen zich op de werkvloer graag met soortgenoten.'

Alleen biedt en bood academisch Nederland meer ruimte voor die sociale sluiting dan Amerika of Noorwegen. Van Balen: 'Amerikaanse en Noorweegse universiteiten hebben de afgelopen dertig jaar goed in hun slappe was gezeten. Nederlandse universiteiten hebben sinds de zeventiger jaren telkens bezuinigd. In totaal werden drieduizend banen geschrapt, waaronder zeker vierhonderd leerstoelen.'

Het aantal vrouwelijke studenten nam in die decennia snel toe, terwijl het aantal vrouwelijke hoogleraren daalde: een paradox. 'Door die bezuinigingen werden hoogleraarbanen schaars, dus nam de status toe', zegt Van Balen. 'De combinatie van die twee werkt nadelig voor vrouwen als minderheidsgroep.'

In Amerika en Noorwegen bekleden professoren de zesde plaats op de sociale ladder. In Nederland derde, vlak onder ministers en rechters. Nadelig voor vrouwen, aldus Van Balen, want hoe groter het privilege en hoe groter de machtsafstand, hoe meer de geprivilegeerde groep de neiging heeft die machtsafstand te vergroten.

Bedompt

Het belangrijkste verschil met Noorwegen en de VS is echter de selectieprocedure. In Nederland is die subjectief, ondervond de onderzoekster. 'In ons land zijn decanen en instituutsdirecteuren, een bestuurlijk vaak conservatieve middenlaag, bevoegd tot het benoemen van wetenschappers. Of iemand professor wordt, hangt dus af van de directeur.'

In de VS hangt dat af van prestaties. 'Je krijgt er een baan als wetenschapper, en vervolgens groei je van assiociate professor op basis van publicaties en deelname aan commissies en maatschappelijke organisaties steeds verder door tot je full professor bent.' Geen mens die je tegenhoudt, met ander woorden.

Of nog beter: geen man die je tegenhoudt, want dat gebeurt volgens Van Balen in Nederland. 'Per universiteit heb ik twintig sleutelfiguren uit het middenkader bevraagd over hun aannamebeleid', legt ze uit. 'Daarnaast bestudeerde ik de carrières van tweehonderd wetenschappers met een vaste aanstelling, mannen en vrouwen, verdeeld over de drie universiteiten.'

Uit het loopbanenonderzoek bleek dat beide seksen even vaak publiceren en net zoveel in tijdschriftredacties zitten. Uit de gesprekken met de Nederlandse 'sleutelfiguren' bleek - in tegenstelling tot hun Noorweegse en Amerikaanse collega's - het doorslaggevende belang van het netwerk.

'De subjectieve selectie in Nederland stelt mannen in staat andere mannen te benoemen.' Natuurlijk bestaan er allerlei regels en voorschriften die ongelijke behandeling van vrouwen moeten voorkomen, maar Van Balen leerde tijdens haar interviews dat die makkelijk te omzeilen zijn. 'Uiteindelijk kiezen mannen, zo rapporteerden ze mij vaak zelf, andere mannen uit hun eigen netwerk.'

Dat deze 'indirecte discriminatie' in Nederland doorgaans niet aan het licht komt, wijt Van Balen aan de bedompte sfeer rond sollicitatieprocedures. 'In Amerika gaat men daar veel opener mee om. Gelijke behandeling is er een recht. Als een Amerikaan het niet met een afwijzing eens is, stapt hij naar de rechter.'

Transparant

Haar aanbeveling verbaast dus niet. 'We moeten af van sollicitatieprocedures. Maak het systeem net zo transparant als in de Verenigde Staten: wetenschappers klimmen op grond van hun eigen prestaties. 'Dat gaat niet zomaar een-twee-drie,' krijg je dan als antwoord. Ik denk dat het meer een kwestie van willen is.'

Annet Eggen, sinds een jaar verantwoordelijk voor het 'diversiteitsbeleid' van de Universiteit Twente - een eufemisme voor emancipatie - wil wel. 'Ik ken het proefschrift van Van Balen nog niet. Maar als haar bevindingen juist zijn, dan mag het Nederlandse systeem van mij op de helling.'

Eggen is belast met de uitvoer aan de UT van de Wet Evenredige Vertegenwoordiging (WEV), die de Tweede Kamer in 1997 aannam. Die wet moet een evenwichtige verhouding tussen mannen en vrouwen in het hoger onderwijs realiseren. Voor de UT betekent dit dat in 2004 6 procent van de UHD's en hoogleraren vrouw moet zijn.

Op Eggens bureau ligt een lijvig actierapport. Aan haar de, volgens Van Balen, welhaast onbegonnen taak de goede voornemens te verzilveren. 'Makkelijk zal het niet worden', geeft Eggen toe. 'Uiteindelijk komt alles neer op een mentaliteitsverandering.'

'Om te beginnen moet deze gemeenschap beseffen dat de kwaliteit toeneemt als ze het vrouwelijk potentieel volledig benut. Bovendien vervullen vrouwelijke profs een rolmodel. Meer vrouwen in de collegezaal kan de instroom van meisjes vergroten.'

Op papier lijkt de WEV een stap vooruit. De wet beweegt de UT tot een aantal positieve stappen: personeelsadvertenties waarin vrouwen expliciet worden uitnodigd om te solliciteren; selectiecommissies waarin verplicht één vrouw zitting neemt; 'zoekteams' die het vrouwelijk aanbod van goede postdocs in kaart brengen, nog voor er sprake is van vacatures.

Vergeefse moeite, volgens Van Balens onderzoek. Zolang de subjectieve benoeming gehandhaafd blijft, zal er weinig veranderen. Eggen: 'Ik hoop dat het meevalt. Ik wil meer openheid rond benoemingen creëren. Het zou schelen wanneer decanen zich moeten verantwoorden wanneer ze een goede vrouw afwijzen.'

In 2004 moet 6 procent van de uhd's en hoogleraren vrouw zijn.
In 2004 moet 6 procent van de uhd's en hoogleraren vrouw zijn.

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.