Moderne technieken als gentechnologie en implantaten spreken niet alleen tot de verbeelding van kunstenaars, maar roepen voor veel mensen ook angstgevoelens op. 'Sleutelen aan de mens' en 'Voor God spelen' zijn veelgehoorde opmerkingen. Studium Generale probeerde dinsdagvond met een lezing en debat bloot te leggen wat de verhouding is tussen ethiek en techniek. De hooggeleerde dr. H. Procee en prof.dr. P.J.H. Kockelkoren, beiden verbonden aan de vakgroep systematische wijsbegeerte van de faculteit WMW, gaven een lezing over dit onderwerp gevolgd door een korte discussie.
Procee sprak voornamelijk over de problemen die een ingenieur tegenkomt op het moment dat de ethiek om de hoek komt kijken. 'Een ingenieur houdt niet van ethiek. Hij ziet ethiek als rem, als een stem die steeds zegt: tot hier, en niet verder.' De ethiek verandert echter met de techniek. Vooral de gewenning speerlt een rol. Als voorbeeld noemde Procee de anesthesie, vroeger tegengehouden 'omdat het een deel van het menszijn zou wegnemen', maar tegenwoordig niet meer weg te denken uit de operatiekamer.
Kockelkoren, naast filosoof ook voorzitter van de stichting TArt, is 'zeer geïnteresseerd' in wat kunst doet met de techniek, en omgekeerd. 'De ontwikkeling van de techniek is herkenbaar in de kunstgeschiedenis. De technische hulpmiddelen maakten een andere waarneming mogelijk. Zó is in de loop van de jaren het perspectief ontwikkeld. Vooral de opkomst van de fotografie had een hele sterke invloed hierop. Ethiek is voor een deel esthetiek, de zintuigelijke waarneming, en techniek heeft veel invloed op die mogelijkheden.'
Ethiek is echter geen wondermiddel, zo betoogde hij. 'Sommige mensen hebben veel te hoge verwachtingen van de ethiek. De seksualiteit, bijvoorbeeld, is door de kerk sterk verethiseerd. Maar de ethiek heeft volgens op dit gebied niets te zoeken. Iedereen moet gewoon doen waar 'ie zin in heeft, zolang je anderen er geen kwaad mee doet.'