Marktwerking in het hoger onderwijs. Knuppel in het hoenderhok. Nederlandse studenten wennen er maar langzaam aan dat studeren veel geld kost. Lenen doen ze nog steeds schoorvoetend, bang voor een torenhoge studieschuld. Op marktwerking, waardoor instellingen veel meer collegegeld kunnen vragen, zit dan ook niemand te wachten zou je zeggen. Toch gaat het in een land als Amerika al jaren zo; aan kwaliteit hangt een prijskaartje. Het Centraal Planbureau en CHEPS schreven daarom het boek Higher Education Reform: Getting the Incentives Right. CHEPS-onderzoeker Hans Vossensteyn ziet ook in Nederland signalen die duiden op marktwerking. 'Instellingen bepalen voor studenten die geen studiefinanciering krijgen zelf de hoogte van het collegegeld. Publicaties als de Keuzegids Hoger Onderwijs en het Elsevier-NIPO onderzoek wijzen op een toenemende aandacht voor kwaliteit. En denk aan de toename van het derdegeldstroomonderzoek en de aandacht van het paarse kabinet voor deregulering.'
De onderzoekers zochten over de grens naar vergelijkingsmateriaal. Iedereen kent de prestigieuze Amerikaanse universiteiten als Yale en Stanford waarvoor studenten flink in de buidel moeten tasten. 'In Amerika kosten topuniversiteiten handen vol geld. Ook ontvangen ze vaak flinke donaties van hun alumni. Dat geeft die instellingen de mogelijkheden om topmensen aan te trekken en dus een topkwaliteit te garanderen. De mentaliteit in Amerika leent zich daarvoor. Mensen betalen graag voor hun succes. Ze zijn trots op hun instelling, doneren daarom als succesvolle graduate veel geld.'
Nadelen
Natuurlijk zijn er nadelen weet Vossensteyn. 'De bedragen moeten niet uit de hand lopen. Voor lage inkomensgroepen zijn de topuniversiteiten te duur. Ook al krijgen sommige Amerikaanse studenten een beurs, uit onderzoeken blijkt dat het entreegeld ze toch afschrikt.'
Vandaar dat het de onderzoekers onverstandig lijkt om het collegegeld helemaal vrij te laten. 'Daar is Nederland nog niet rijp voor. Maar vrijgeven binnen een bepaalde bandbreedte is een mooi compromis. Dat instellingen een bedrag tussen de twee -en vijfduizend gulden mogen eisen. Dat geeft ze de mogelijkheid om duidelijk te maken dat ze anders of beter zijn dan andere universiteiten. Wil zo'n systeem werken, dan heb je wel een accrediteringsorganisatie nodig die een kwaliteitskeurmerk verstrekt.'
Een ander neveneffect van marktwerking is dat instellingen eisen stellen aan de kwaliteit van hun studenten, de bekende selectie aan de poort. 'Topinstellingen willen topkandidaten om het niveau hoog te houden. Om te voorkomen dat instellingen slecht toegankelijk worden, kun je ook hier een begrenzing aanbrengen. Afspreken dat een universiteit maximaal een kwart van haar studenten zelf selecteert. Kijken hoe dat gaat.'
Lenen
Om te zorgen dat studenten zich niet laten afschrikken door een hoogcollegegeld, moet een land zorgen voor een goed systeem van lenen en terugbetalen. De Australische opzet biedt perspectieven. Vossensteyn: 'In Nederland betaal je gedurende maximaal vijftien jaar maandelijks een vast bedrag, bepaald door de Informatie Beheer Groep. Red je dat niet, dan kun je een draagkrachtmeting aanvragen en krijg je tijdelijk een reductie van het bedrag. Er zit dus wel een inkomensafhankelijke component bij. In Australië is die component echter veel hoger.'
Vossensteyn legt uit dat alumni er pas gaan aflossen wanneer ze een bepaalde inkomensdrempel overschrijden. Sommige alumni betalen pas twintig jaar na hun afstuderen de lening terug. 'Ze gaan er in Australië vanuit dat je je hele leven baat hebt van je studie. En dus is het niet vreemd om pas op latere leeftijd te gaan aflossen.' Afgestudeerden met een laag inkomen betalen in een rustiger tempo af of hoeven tijdelijk zelfs niets te betalen. Vossensteyn: 'Nadeel is dat sommige mensen hun schuld helemaal niet aflossen. Maar iemand die pas na vijftien jaar een redelijk inkomen genereert pak je weer wel mee.'
Voorzichtig
Marktwerking staat hoog in het vaandel van het paarse kabinet. En ook wil onderwijsminister Hermans dat Nederlandse opleidingen zich bij de wereldtop voegen. Toch toonde hij zich in een debat vorig jaar over het nieuwste HOOP geen voorstander van gedifferentieerde collegegelden. Wel zei hij een paar weken geleden dat hij universiteiten meer op kwaliteit en variatie af wil rekenen dan op studentenaantallen. Maar of hij daar collegegelden voor in wil zetten is nog maar de vraag.
Vossensteyn durft in elk geval nog niet te zeggen wanneer ook in Nederland het collegegeld vrijgegeven wordt. 'Men is hier heel voorzichtig, ondanks de signalen richting marktwerking die ik eerder omschreef. De minister kan natuurlijk besluiten om de gelijke collegegelden voor alle universiteiten in stand te houden. Of we hem ons rapport aanbieden? Voorlopig niet. Wel organiseren we in januari een seminar hierover.'
En wat verwacht Vossensteyn van de vrijgevigheid der Nederlandse alumni? 'Op de UT doen ze steeds meer om afgestudeerden aan zich te binden', zegt hij. 'Denk aan alumnigidsen, aan het alumnicongres van vorig jaar.' Maar vooralsnog levert dat geen vette donaties op. 'Het blijft bovenal een cultuurkwestie', beaamt Vossensteyn. 'Geld binnenhalen door een acceptgiro in de alumnigids te steken, is er voorlopig niet bij.'