Vijf ton voor textieltechnologie

| Redactie

'Textiel moet weer prominent op de kaart', zei deeltijdhoogleraar Textieltechnologie Marijn Warmoeskerken tijdens zijn oratie eind 1996. Ruim vier jaar later lijkt dat aardig gelukt. Niet in het minst dankzij de vijf ton die het ministerie van Economische Zaken de leerstoel onlangs toezegde.

'Het gaat fantastisch', zegt Warmoeskerken. 'De meeste dingen die ik in mijn oratie beloofde zijn uitgekomen.' De deeltijdprof -alleen woensdags verruilt hij Unilever voor de campus- trad in 1996 aan op de UT. Alle poten waren toen al onder de ooit zo belangrijke leerstoel textieltechnologie weggezaagd. 'Met het instorten van de textiel in Enschede, kon het geen onderdeel van het kernprogramma blijven. Eigenlijk was het einde van de leerstoel ingezet.'

De wal keerde het schip toen de nog aanwezige Nederlandse textielindustrie zich verenigde in een stichting. Voor de voltijdshoogleraar van heel vroeger kwam een deeltijdhoogleraar in de plaats, betaald door de Stichting Technologie van Gestructureerde Materialen.

Warmoeskerken: 'Heel mooi natuurlijk. Maar het grote probleem van betaald worden door de industrie, is de continuïteit. Derdegeldstroomonderzoek heeft vaak een korte duur. Ik ben al aan mijn derde universitair docent bezig omdat ik ze geen vast contract aan kan bieden.' Die manier van werken beviel de professor niet. 'Ik ben naar het ministerie van Economische Zaken gestapt en heb ze het probleem voorgelegd. Ze wilden dat aanhoren. En wat blijkt, ze stellen vijf ton beschikbaar voor het voortbestaan van de leerstoel. Niet voor een bepaald project dus. En dat is een zeldzaamheid.'

Ondanks alle inspanningen van Warmoeskerken heeft textieltechnologie nog steeds de fulltime leerstoel niet terug. 'Op de UT vinden ze het geen speerpuntonderzoek, maar wat niet is kan nog komen', zegt hij optimistisch. 'De textielindustrie zal zich de komende jaren ontwikkelen tot een moderne kennisintensieve bedrijfstak. Nu al hebben we aan projecten geen gebrek, we werken samen met TNO en zijn ook internationaal actief. Er is aanbod genoeg voor twee leerstoelen.'

Een tevreden man dus. 'Toen ik hier kwam zat er één UD, die aan het promoveren was. Contacten met het buitenland en de industrie waren er nauwelijks. Nu hebben we een fulltime UD, drie aio's, secretariële ondersteuning en projecten te over.'

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.