(zie ook elders in het UT-nieuws)
In het wetenschappelijk onderwijs sluit de student het bachelortraject over het algemeen af als Bachelor of Arts (B.A.) of als Bachelor of Science (B.Sc.), maar ook de hogescholen willen deze titels gaan verstrekken. Daarnaast verleent het hbo een hele reeks 'professional bachelor'-graden (bachelor met aanduiding van het vakgebied). Bij de mastergraden is de overzichtelijkheid al niet groter, vooral omdat het hbo grossiert in varianten: negentig in totaal.
De internationale transparantie van het Nederlandse onderwijsstelsel zal er - door toenemende diversiteit in studieduur en titulatuur - in de BaMa-structuur niet op vooruit gaan. CHEPS-onderzoekers Marijke van der Wende en Anneke Lub herkennen hierin echter een internationale trend en een 'relevante en noodzakelijke respons op de groeiende en steeds diverser wordende vraag naar hoger onderwijs.' De profileringsdrang van de instellingen is ook al niet bevorderlijk voor de vergelijkbaarheid van diploma's. De behoefte aan diplomasupplementen, met gegevens over vooropleiding, inhoud en eindkwalificaties van de gevolgde studie, zal daardoor alleen maar toenemen, verwacht het CHEPS.
De onderzoekers zetten vraagtekens bij de marktgerichtheid van de opleidingen die het hoger onderwijs aan het ontwikkelen is. Marktonderzoek ontbreekt namelijk veelal. Dat roept vragen op, 'zowel vanuit een nationaal doelmatigheidsperspectief als ook vanuit een strategisch instellingsperspectief', stellen Van de Wende en Lub, vooral ook gezien de toenemende concurrentie in de opleidingsmarkt.
Ook bij de oriëntatie op de markt voor flexibele onderwijsvormen (studeren in deeltijd, op afstand of 'duaal') zou het Nederlandse hoger onderwijs wel eens op het verkeerde paard kunnen wedden, zo blijkt uit het CHEPS-onderzoek. Vooral de Nederlandse universiteiten zijn sterker gericht op de internationale dan op de binnenlandse markt voor life long learning, terwijl juist de binnenlandse markt een grote en groeiende omvang heeft. 'In hoeverre het missen van kansen op deze markt gecompenseerd kan worden met internationale activiteiten, en voor welke prijs, is de vraag. Ook stellen deze nieuwe doelgroepen over het algemeen hogere eisen aan de flexibiliteit van het onderwijs. Een gebrek hieraan zou een concurrentienadeel voor de Nederlandse instellingen vormen, op zowel de nationale als de internationale markt,' waarschuwen de onderzoekers.