Bedrijf houdt wetenschap scherp

| Redactie

Samenwerking met bedrijven: sommige universitaire medewerkers zien het als een noodzakelijk middel om de begroting sluitend te krijgen. Anderen vrezen dat de academische vrijheid verloren gaat. De Tilburgse bestuurder Kees Mouwen en hoofddocent Sophie van Bijsterveld schreven er een boek over. Zij zien het zó: juist om inhoudelijk bij te blijven moeten de universiteiten de markt op.

Universiteiten moeten wetenschappelijk onderwijs en onderzoek op het hoogste niveau leveren. Maar om die ambitie ook in de toekomst waar te maken, kunnen ze zich niet langer beperken tot die klassieke taken. Toegepast onderzoek en post-initieel onderwijs marktactiviteiten bij uitstek moeten voortaan worden beschouwd als kerntaken van de universiteit, net zo belangrijk als het klassieke onderwijs en onderzoek.

Dat is de boodschap die prof.dr.ir. C. Mouwen en dr. S. van Bijsterveld uitdragen in 'De hybride universiteit, het onverenigbare verenigd'. Met dat boek haken ze in op een discussie die op gezette tijden oplaait: wordt het wezen van de universiteit aangetast als zij zich onderwerpt aan de tucht van de markt? Ja, zeggen velen, academische vrijheid verdraagt zich niet met commerciële belangen. Anderen koersen vol overtuiging op het kompas van de markt.

'Wij willen de tegenstellingen overstijgen', zegt Van Bijsterveld, universitair hoofddocent publiekrecht. 'Daarom kiezen we voor een ander vertrekpunt. Onze vraag is of marktactiviteiten vanuit academisch oogpunt wenselijk zijn. Dat zijn ze inderdaad, als er tenminste synergie ontstaat. Ze moeten niet los van elkaar staan, maar elkaar versterken.'

Het monopolie op kennis hebben de universiteiten niet langer, betoogt Mouwen, KUB-bestuurslid en visiting professor aan de universiteit van Glasgow. 'Ook elders wordt kennis op topniveau ontwikkeld. Nu al worden de toppers in bijvoorbeeld bedrijfskunde, accountancy en fiscaal recht weggekocht door de mondiale kantoren op die gebieden.'

Van Bijsterveld: 'En dan gaat het niet alleen om geld. Bij die grote kantoren zit je met je neus op de meest interessante zaken.' Een voorbeeld is de huidige fusiegolf tussen grote bedrijven. Topjuristen likken daar hun vingers bij af. Want hier worden in de praktijk nieuw recht en nieuwe bedrijfskundige inzichten ontwikkeld. 'Als je wetenschappelijk geïnteresseerd bent', vervolgt Van Bijsterveld, 'moet je dáár zijn waar het gebeurt. Als we de zaken op hun beloop laten, zijn degenen die aan een universiteit werken straks simpelweg niet in touch met de meest actuele kennis. Dan missen ze in wetenschappelijk opzicht de boot. En dat is killing. Daarom moeten de universiteiten zich verbinden met andere kenniscentra.'

Hoe dat moet? Mouwen verwijst naar het TIAS, de snel groeiendeTilburgse business school. De cursisten brengen niet alleen geld mee, maar ook praktijkkennis over de nieuwste ontwikkelingen in hun bedrijfstak. 'Mede door die business school is het ook voor economen aantrekkelijk om bij onze universiteit te komen werken. Omgekeerd vinden TIAS-docenten het aantrekkelijk in de omgeving van een top-economische faculteit te werken.'

Natuurlijk kunnen we ook het geld niet missen, zegt Mouwen. 'Inmiddels halen de universiteiten 25 tot 30 procent van hun inkomsten uit de markt. Dat begon in de jaren tachtig, onder druk van de bezuinigingen. Destijds dacht niemand goed na over het hoe en waarom: er was gewoon geld nodig. Maar geld alleen is nu onvoldoende reden om de markt op te gaan.'

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.