Hoe raakt een Canadese antropoloog in Bandung en vervolgens Twente verzeild?
'Ik ben een tijdje in Indonesië geweest voor m'n PhD-onderzoek. Het land is een multiculturele en multireligieze archipel, heel fascinerend. Eenmaal terug in New York, waar ik studeerde, hoorde ik dat de UT een onderzoeker zocht om de Twentegroep te representeren in Bandung. Ik ben er tweeëneenhalf jaar geweest en nu net twee weken terug.'
Barker legt uit dat het Institut Teknologi Bandung in Indonesië en de Universiteit Twente al bijna drie jaar samen aan het programma 'Social Construction of Technology (SCoT) in the Indonesian Context'werken. De Koninklijke Nederlandse Akademie voor Wetenschappen financiert het onderzoek dat op 15 juni uitmondt in een internationale conferentie op de campus. De onderzoekers zullen hun voorlopige conclusies ter discussie voorleggen aan het publiek en ze vergelijken met resultaten van andere studies in China, Trinidad en Venezuela.
Het onderzoek van de UT en het ITB heet 'SCoT in the Indonesian Context'. Wat is dat precies, SCoT?
'SCoT laat zien hoe de maatschappij de technologie doordringt, niet alleen andersom. De inrichting van de samenleving heeft invloed op de technologische evolutie. Dit project wil de ScoTtheorie verrijken met kennis over ontwikkelingslanden. De focus ligt bijna altijd op Europa en Amerika.'
Wat is er dan zo anders in ontwikkelingslanden?
'We hebben twee technologische ontwikkelingen geanalyseerd. De komst van de satelliet en de opkomst van het internet. Indonesië kreeg al in 1976 een satelliet. De reden daarvoor was simpel. Soeharto met zijn Nieuwe Orde wilde dat alle Indonesiërs dezelfde beelden te zien kregen om een nationale identiteit te kweken, eengedeelde cultuur. Een opgelegde technologie dus. Het internet was daarentegen een bottom up ontwikkeling. Veel meer actoren speelden een rol. Eerst waren dat bijna alleen studenten, zij zorgden voor een verdere verspreiding. Het was voor hun een unieke manier om er achter te komen wat er in de rest van de wereld, maar ook op andere eilanden van Indonesië speelde. De laatste jaren is het internet in het hele land doorgedrongen. Omdat de meerderheid van de bevolking geen telefoon heeft, gaan mensen het worldwideweb op in de talrijke internetcafés.'
Wat kunnen we met die informatie?
'Het is van belang om te weten wie en wat je in moet zetten om techniek te implementeren en te veranderen. Hoe krijg je een technologische vinding de markt op? Welke actoren moet je bespelen? Dat geldt ook voor business. Neem die internetcafés. Mensen delen een computer, ze hebben er geen controle over. Voor bedrijven is het heel lucratief om op de startpagina's van die cafeetjes reclame te maken. Hier heeft dat minder zin, want iedereen internet thuis en stelt zelf een startpagina in. Of neem geïmporteerde technologieën. Wie beslist daarover? En hoe oefen je daar invloed op uit?'
Op de conferentie worden bevindingen van andere onderzoekers over andere landen gepresenteerd. Wat verwacht u daarvan?
'Ik verwacht overeenkomsten tussen China, Indonesië en Venezuela, drie multiculturele samenlevingen met perioden van autoritair regime. Hoewel, China heeft een protectionistische economie, dat duidt op meer lokale innovatie. Lokale actoren zullen er een grotere rol spelen dan in Indonesië en Venezuela waar bijna alles wordt geïmporteerd uit de westerse wereld. Ik ben heel benieuwd welke vergelijkingen we kunnen trekken.'
Voor meer info: www.sms.utwente.nl/tdg/scotconference
![]()