In Nederland is het al niet anders. Toen Beatrix en Margriet in blijde verwachting waren van Willem Alexander, Maurits, Johan Friso, Bernhard jr, Constantijn, Pieter Christiaan en Floris, werden overal in den lande de consultatiebureaus overspoeld door een geboortegolf. Anno 2001 mogen vele duizenden jonge dertigers zich afvragen of zij er wel zouden zijn geweest wanneer Claus en Pieter indertijd een condoom hadden gebruikt. En straks, als Laurentien en Maxima zwanger zijn, met alle media-aandacht die dat onvermijdelijk zal oproepen, zullen deze zelfde jonge dertigers weer even massaal uitroepen: dat wil ik ook!
Een opleving in de aandelen Prenatal ligt op de loer. Maar voor u zichzelf rijk rekent, is het goed te bedenken dat deze opleving van korte duur zal zijn. Want als het grut eenmaal geboren is, uit zich de ware economische impact van de babyboom. Geld dat voorheen werd geïnvesteerd in duurzame consumptiegoederen als een huis, een auto of een maatkostuum, raakt plots allemaal op aan het mormel. Je kunt het net zo goed meteen weggooien. Wat het stuk verdriet niet volpoept, dat maakt hij kapot of daar groeit hij uit. Van elke gulden die je in z'n mondje stopt, worden drie kwartjes ogenblikkelijk weer uitgespuugd.
Een babyboom is een Nieuwe Economie avant la lettre. De consumptie slaat op tilt en de productie houdt dat niet bij. Produceren en reproduceren laten zich nu eenmaal moeilijk verenigen. Werkgevers betalen zich scheel aan zwangerschaps- en ouderschapsverloven, zonder dat er iets tastbaars van de productielijn komt rollen. Dit heeft een desastreus effect op de beurswaarde van de ondernemingen. Een eenvoudige regressie toont dat elk prinsenkind de Nederlandse belegger vijf procent rendement kost. (Alleen het milieu-effect is groter dan dat.)
Vandaar dus: aandeelhouders opgepast. U dacht misschien dat het laatste jaar al niet zo'n goed beleggingsjaar was. Maar 2002 zou nog weleens veel slechter kunnen worden. Als Laurentien en Maxima beiden een kleine op de wereld zetten, wordt het janken op het Damrak.